Wat zeggen de verkiezingsprogramma’s van het CDA, de Christenunie, D66, Denk, FvD, GroenLinks, de PVV, de SGP, de SP, 50Plus en de VVD over immigratie, integratie en islam?

Hieronder vindt u (mits de onderwerpen worden aangesneden), in alfabetische volgorde de paragrafen / kopjes / hoofdstukken / punten die betrekking hebben op de onderwerpen immigratie, integratie en islam in de verkiezingsprogramma’s van de meeste Nederlandse partijen.


CDA over immigratie:

Asiel en migratie: keuzes maken

Nederland erkent in navolging van de Raad van Europa, het Europees Parlement en de Amerikaanse regering dat ISIS genocide pleegt. Zij zet zich ervoor in dat de schuldigen en medeplichtigen van deze genocide en dan met name mensen met een Nederlands paspoort worden gestraft.
De vluchtelingenstroom die Europa in 2015 bereikte, heeft ons opnieuw geconfronteerd met de verschrikkingen die oorlog en geweld veroorzaken in de levens van onschuldige burgers. Deze crisis heeft ook de kwetsbaarheden van het huidige migratie- en asielbeleid blootgelegd. Veel mensen in ons land schipperden tussen de behoefte aan barmhartigheid aan de ene kant en begrijpelijke zorgen over de aantallen, de opvang en integratie aan de andere kant. Met de inzet van velen werden op lokaal niveau oplossingen gevonden om deze mensen een veilige opvang te bieden.

De conflicten in de Arabische wereld zijn de bloedigste in decennia en hebben hun uitstraling naar Europa in de vorm van vluchtelingen en aanslagen. Het Westen heeft de morele plicht en politieke verantwoordelijkheid om maximaal aan een oplossing van deze conflicten bij te dragen. Wij zetten ons er krachtig voor in om oplossingen te bereiken op basis van het internationaal recht.
In de wetenschap dat door de groei van de bevolking in Afrika, de instabiliteit en terreur in de wereld en de gevolgen van de klimaatverandering, de migratiedruk in de komende decennia alleen maar zal toenemen, zijn naast het bestrijden van de oorzaken nieuwe internationale afspraken nodig. We hebben solide en houdbare oplossingen nodig om nieuwe drama’s te voorkomen. Het vluchtelingenverdrag is op deze problematiek en omvang niet geschreven en moet daarom worden aangevuld met verifieerbare internationale afspraken, om meer opvang in de regio en tijdelijke opvang elders verder te bevorderen.

Voor vluchtelingen, in het bijzonder kinderen die werkelijk in nood verkeren bieden wij altijd hulp en bescherming. Voor oorlogsvluchtelingen kan dat in beginsel in de vorm van een ontheemdenstatus, waarbij de vluchteling aan de ene kant de ruimte krijgt om zich via opleiding of (vrijwilligers-)werk te ontwikkelen, maar hij aan de andere kant ook vanaf het begin eerlijk en duidelijk te horen krijgt dat het verblijf hier tijdelijk is. Het perspectief blijft gericht op terugkeer en hun bijdrage aan de wederopbouw van het land van herkomst, als de situatie daar weer veilig is, tot het moment dat veilige terugkeer geen reële optie meer is.

Bij de opvang van asielzoekers in ons eigen land houden wij voortdurend rekening met het draagvlak en de spankracht in de regio. Wij kiezen voor een gelijkmatige verdeling van kleinschalige vluchtelingencentra over het land. Wij willen dat gemeenten meer inspraak hebben. We willen niet dat grote bureaucratische instellingen, zoals het Centraal Orgaan opvang, top-down op normerende wijze massale opvang organiseren. Het integreren van mensen kan het beste bij opvang op kleine schaal, middenin de samenleving gedragen door burgers en nieuwkomers zelf. Binnen Europa moeten bindende afspraken worden gemaakt zodat iedere lidstaat een redelijk deel van de opvang van vluchtelingen op zich neemt. Wie niet opvangt, kan geen aanspraak meer maken op Europese gelden.

Tot slot blijft voorkomen beter dan genezen. Dat kan door een uiterste inspanning om problemen voor te zijn in de regio’s waar vluchtelingenstromen dreigen, door samen met andere landen de humanitaire ellende in landen als Syrië en Libië aan te pakken, door meer dan nu safe havens in de regio te creëren en door hulp te bieden in landen als Libanon, dat bijna bezwijkt onder de grote instroom van vluchtelingen. Nederland is bereid daaraan bij te dragen.

Herkomstlanden die na het herstel van de vrede meewerken aan de terugkeer van hun landgenoten geven we steun; landen die niet meewerken krijgen geen ontwikkelingshulp en komen niet in aanmerking voor handelsverdragen of andere vormen van samenwerking.

Voor reguliere migranten geldt een strikt beleid van toelating en inburgering. Wie Nederlander wil worden moet zijn oorspronkelijke nationaliteit loslaten. Op landen die het onmogelijk maken de eigen nationaliteit op te geven wordt diplomatieke druk uitgeoefend.

CDA over integratie:

Uit de inleiding:

Ondertussen roept de moeizame integratie van nieuwkomers spanningen op en fundamentele vragen over onze eigen identiteit. De aanslagen in Brussel, Parijs en andere Europese steden maken de vrees voor terreur voelbaar. Op het wereldtoneel zien we oude conflicten herleven en nieuwe risico’s opdoemen. Aan de randen van Europa staan belangrijke mensenrechten als de vrijheid van meningsuiting,
godsdienst en pers weer onder druk en uit oorlogsgebieden zijn vluchtelingen op drift en op zoek naar veiligheid.

Uit Deel 2: Sterke samenleving:

De integratie van nieuwkomers is terug op de landelijke politieke agenda, omdat nog te veel nieuwkomers er niet of onvoldoende in slagen om met succes een volwaardige plaats te vinden in onze samenleving. Binnen en tussen de verschillende bevolkingsgroepen zien we grote verschillen tussen de mensen die volop meedoen en anderen die onvoldoende de Nederlandse taal beheersen, sterk gericht blijven op het land van herkomst of geen werk vinden. Voor de uitvallers ligt isolatie en radicalisering op de loer, ook omdat een deel van de nieuwkomers sceptisch staat tegenover de wetten en waarden van de Westerse samenleving.

Recente voorbeelden laten zien dat integratie meer vereist dan alleen het spreken van de taal en het vinden van een baan. Integratie gaat ook over opvoeding in het eigen gezin, omgaan met je buren, grenzen stellen aan slecht gedrag en het respect voor de waarden en tradities van de Nederlandse samenleving. Wat ons betreft kan niemand aanspraak maken op onze democratische vrijheden, zonder de plicht om deze vrijheden ook voor anderen te verdedigen. Niemand kan een toekomst opbouwen in een land waarvan je de waarden en tradities niet wilt delen.

Onder vluchtelingen die in Nederland aankomen dient zo spoedig mogelijk onderscheid te worden aangebracht tussen hen die hier wel en niet mogen blijven. Nieuwkomers die hier mogen blijven zijn via de inburgeringsplicht als eerste zelf verantwoordelijk voor hun integratie. Maar ook als samenleving hebben we hier een belangrijke taak én een gemeenschappelijk belang. Inburgeringscursussen zijn onmisbaar als intensieve kennismaking met de samenleving.

Wij willen het aanbod van deze cursussen verruimen door lagere drempels voor taallessen door vrijwilligers en het aanbieden van taal- en inburgeringscursussen via de kanalen van de publieke omroep. Daarnaast dient hen de gelegenheid te worden geboden om zinvol aan de slag te gaan. Wij willen dat er opgetreden wordt tegen malafide en slechte inburgeringsinstituten.

Maar inburgeren is niet vrijblijvend. Daarom is het zorgelijk dat het aantal personen dat slaagt voor het inburgeringsexamen sinds enkele jaren verder terugloopt. Dat is niet acceptabel en daarom vinden wij dat het pertinent weigeren in te burgeren in het uiterste geval moet kunnen leiden tot intrekking van de verblijfsstatus.

Aan de andere kant willen wij gemeenten de mogelijkheid bieden om in bijzondere omstandigheden iemand versneld in aanmerking te laten komen voor het Nederlanderschap. Dat kan bijvoorbeeld als iemand een grote of bijzondere bijdrage levert aan de samenleving. Het potentieel dat vluchtelingen meebrengen dient benut te worden. Als kroon op de integratie hechten wij een groot belang aan een plechtige inburgeringsceremonie om de naturalisatie tot Nederlander te markeren.

De Nederlandse vrijheden gelden voor iedereen
Juist als we willen dat alle Nederlanders volwaardig bijdragen aan de samenleving moeten we zorgen dat iedereen – ongeacht zijn culturele achtergrond – daarvoor de ruimte krijgt. Het is onacceptabel dat kinderen met een andere culturele achtergrond minder kansen hebben in het onderwijs of dat sollicitanten worden afgewezen omdat zij een buitenlandse achternaam dragen. Racisme, discriminatie en anti-religieuze stromingen, zoals antisemitisme, en discriminatie tegen moslims en christenen zijn onder geen beding goed te praten en worden actief bestreden en zwaarder bestraft. Integratie gaat om het omarmen van de rechten en plichten die horen bij het Nederlanderschap. En deze rechten en plichten gelden voor iedereen!

CDA over islam:

Uit Radicalisering en terrorisme:

Terrorisme en religieus extremisme zijn terug op het Europese continent. Aanslagen als in Parijs, Brussel, Nice en Ankara vervullen mensen met afschuw, versterken het gevoel van onveiligheid en hebben in onze samenleving bevolkingsgroepen tegenover elkaar gezet. Deze beweging moeten we met elkaar keren. Alleen een sterke samenleving kan onze vrijheid beschermen.

We zijn niet gerust op de schoorvoetende aanpak van het huidige kabinet. Het actieprogramma jihadisme liet lang op zich wachten en bestond vooral uit bestaande maatregelen en aangekondigde wetgeving. Te lang twijfelde de coalitie over steun aan de luchtaanvallen in Syrië en eenmaal daar bleken de F16’s slechts beperkt inzetbaar.

Aanpak terrorisme
Het huidige terrorisme vindt zijn voedingsbodem in de radicale islam, maar in veel gevallen zijn de terroristen opgegroeid in de landen waar ze hun aanslag plegen. Dat maakt dat we terrorisme op twee plekken moeten bestrijden: in de internationale strijd tegen groepen als IS, Al Qaeda en Boko Haram en in onze eigen samenleving. Hierbij denken we aan de preventie van radicalisering, het voorkomen van uitreizen, de opsporing van mogelijke terroristen, de bewaking en beveiliging van de publieke ruimte en het tegengaan van haatpredikers.

Aanpak radicalisering
Wij kunnen niet wachten tot het misgaat. We moeten bereid zijn om in een vroeg stadium in te grijpen door het verheerlijken van geweld strafbaar te stellen en de financiering van moskeeën en islamitische organisaties door buitenlandse overheden te verbieden. We geven geen podium of visum aan radicale predikers en sluiten moskeeën die activiteiten organiseren of toelaten die in strijd zijn met onze rechtsorde. Terugkerende jihadstrijders worden preventief in hechtenis genomen om eerst onderzoek te kunnen doen naar hun verblijf in het oorlogsgebied en het risico dat ze vormen voor onze samenleving.

Bewaking, beveiliging en opsporing
Een sterke samenleving biedt bescherming tegen bedreigingen van onze veiligheid. Daarbij gaan interne en externe veiligheid hand in hand. De bewaking en beveiliging van de publieke ruimte en vitale objecten trekken een grote wissel op de politie en de Marechaussee. Extra investeringen zijn nodig om de capaciteit structureel op orde te brengen. Voor de opsporing van potentiële terroristische cellen is een uitstekende samenwerking tussen de veiligheidsdiensten en justitie geboden. Waar nodig worden de bevoegdheden van de AIVD of de andere diensten verruimd, bijvoorbeeld in het onderscheppen en ontsleutelen van communicatie. Verruiming van deze bevoegdheden moet wat het CDA betreft hand in hand gaan met extra waarborgen voor de privacy.

Bron: Verkiezingsprogramma CDA.


Christenunie over immigratie:

Het asiel- en migratievraagstuk beheersbaar maken zonder aantasting van grondwaarden van de Unie is een van de grootste opgaven waar Europa voor staat. De vluchtelingenstromen uit het Midden-Oosten en Afrika zullen de komende decennia blijven bestaan. Het draagvlak in de Europese samenlevingen staat echter onder grote druk. Migratieproblematiek is in het verleden te veel afgewenteld op de onderkant van de samenleving. Dat moet anders. De ChristenUnie wil in dit vraagstuk blijven vasthouden aan de waarden van menselijke waardigheid en gerechtigheid die in vluchtelingen- en mensenrechtenverdragen is vastgelegd. De ChristenUnie hanteert daarom de volgende uitgangspunten:
– Europese controle bij de buitengrenzen waar intake en eerste selectie kan plaatsvinden.
–  Keihard aanpakken van mensenhandelaren en -smokkelaars. Deze netwerken zorgen ervoor dat mensen levensgevaarlijke reizen afleggen en veel mensen op zee de dood vinden. Voortzetting en uitbreiding van Europese missies die netwerken van mensenhandelaren oprollen.
– Verbeteren van de kwaliteit van opvangcentra in Italië en Griekenland door ondersteuning vanuit de Europese Unie. In veel opvangcentra is de humanitaire situatie schrijnend door het ontbreken van basisvoorzieningen zoals drinkwater en voedsel of moeten gezinnen buiten overnachten.
– Structuurfondsen van de EU gebruiken als stimulering voor de opvang van asielzoekers. Lidstaten die veel mensen opvangen, krijgen meer middelen uit de structuurfondsen.
– Er komt een gezamenlijke Europese lijst van “veilige landen” ten behoeve van het terugkeerbeleid.
– Economische migranten die geen bescherming nodig hebben, worden teruggestuurd.
– Het Blue Card-systeem wordt uitgebreid door lidstaten prioriteiten voor hun arbeidsmarkt te laten aangeven naast de al bestaande mogelijkheden (p. 90-1)

Uit: Hoofdstuk 5: Asiel, migratie en integratie:

Nederland is een veilige plek voor mensen die vluchten voor oorlog, vervolging en onderdrukking. De Bijbel spoort ons aan de vreemdeling lief te hebben als onszelf – “de vreemdeling mag je niet onderdrukken, heb hen lief als jezelf” (Leviticus 19:34) – en de ander geen kwaad te doen – onderdruk geen vreemdelingen en armen en wees er niet op uit een ander kwaad te doen” (Zacharia 7:10). Vanuit mededogen en recht bieden we opvang aan asielzoekers: “De Here uw God is de God, die wees en weduwe recht doet en de vreemdeling liefde bewijst door hem brood en kleding te geven” (Deuteronomium 10:18-20).

Dit is geen gemakkelijke opgave. Over de hele wereld zijn grote migratie- en vluchtelingenstromen in beweging door oorlog, sektarisch geweld, gevolgen van klimaatverandering, armoede en demografische ontwikkelingen. In Afrika en het Midden Oosten worden in de buurlanden grote groepen vluchtelingen opgevangen. Een klein deel van deze migratiestromen bereikt Europa.

De asielstroom en opvangvraagstukken in combinatie met integratieproblemen zetten de verhoudingen tussen de Europese lidstaten en binnen de Nederlandse samenleving op scherp. Door de toestroom van vluchtelingen wordt van de samenleving gevraagd om ruimte te bieden aan deze groep. De draagkracht van Europa en Nederland kent echter grenzen. Migratieproblemen mogen niet worden afgewenteld op de bevolkingsgroepen met een kwetsbare economische of sociale positie in de samenleving. De ChristenUnie wil in dit vraagstuk blijven vasthouden aan de waarden van gerechtigheid die in het Vluchtelingenverdrag en de mensenrechtenverdragen zijn vastgelegd.

Asielbeleid

De grote impact van het aantal vluchtelingen dat naar Europa komt vraagt allereerst om acties in de landen van herkomst. Daarom investeert de ChristenUnie in ontwikkelingssamenwerking en noodhulp. Ook moet de stroom van vluchtelingen naar en binnen Europa en Nederland beheersbaar worden gemaakt. De ChristenUnie stelt daarom de volgende maatregelen voor:
– Verbeteren van opvang in de regio. Investeren in het verbeteren van de opvangkampen van UNHCR en Nederlandse ontwikkelingsorganisaties in landen als Libanon, Syrië en Turkije.
– Ruimhartig uitnodigingsbeleid voor kwetsbare vluchtelingen uit de regio, zoals religieuze minderheden en LHBT’ers. Verhogen van het aantal van 500 mensen per jaar.
– Europees systeem voor verdeling van vluchtelingen met selectie aan de poort en menswaardige opvang in Italië en Griekenland

Asielprocedures
Het is belangrijk dat de asielketen in Nederland goed en effectief functioneert waarbij oog is voor kwetsbare groepen. De ChristenUnie stelt de volgende maatregelen voor:
– Verbetering van de beoordeling van asielaanvragen van bekeerlingen. De IND moet investeren in specifieke hoor- en beslismedewerkers om de beoordeling van de geloofwaardigheid van de bekering te verbeteren.
– Aandacht voor (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel in de asielketen. Omdat vervolging van mensenhandel zeer lastig te bewijzen is, mogen slachtoffers hier niet de dupe van worden. Daarom verruiming van de mogelijkheid om ook bij sepot van aangifte mensenhandel in aanmerking te kunnen komen voor verblijfsvergunning;
– Een meer gendersensitieve benadering door de IND bij de beoordeling of vrouwen en meisjes terug kunnen keren naar regio’s waar veel onderdrukking van vrouwen plaatsvindt, zoals Afghanistan of Somalië, of waar vrouwen en meisjes het risico lopen slachtoffer te worden van genitale verminking.
– Kindhuwelijken opsporen en meisjes in pleeggezinnen plaatsen.
– Verruiming van het kinderpardon. De permanente regeling van het kinderpardon is nu te strikt en dient verruimd te worden met betrekking tot het meewerkcriterium en overheids- i.p.v. rijkstoezicht.
– Evenwichtig “1F beleid”. Een vreemdeling die een verblijfsvergunning is geweigerd vanwege verdenking van oorlogsmisdaden (artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag), wordt na tien jaar niet langer “1F” tegengeworpen wanneer hij binnen deze periode niet strafrechtelijk is vervolgd en veroordeeld.
– Nauwkeurige registratie en onderzoek van asielzoekers om mogelijke terroristen op te sporen, o.a. door versterking “1F-unit”.

Opvang asielzoekers in Nederland

De ChristenUnie is voor opvanglocaties waarbij gemeenten inspraak hebben in de precieze omvang en locatie van de opvang binnen de gemeentegrenzen. Draagvlak en democratische besluitvorming op lokaal niveau is belangrijk. Solidariteit tussen gemeenten is ook van belang. Alle gemeenten behoren hun verantwoordelijkheid te nemen en open te staan voor opvanglocaties. De Rijksoverheid biedt voldoende compensatie, zodat gemeenten niet in financiële moeilijkheden komen door de kosten van opvang/onderwijs/bijstand.
– Er zijn signalen dat in veel opvanglocaties sprake is van zelfmutilatie, zelfmoord, pesten, en discriminatie van LHBT’ers en christenen. Ook ervaren vrijwilligersorganisaties van het COA niet altijd voldoende ruimte voor initiatieven om de nieuwkomers welkom te heten en hen te betrekken in vrijwilligerswerk en bij integratieactiviteiten. De ChristenUnie vindt de samenwerking van het COA met burgers essentieel, omdat het betrekken van omwonenden ook het draagvlak vergroot voor asielopvang en snellere integratie bevordert. De ChristenUnie stelt daarom het volgende voor:
– Het aantal verhuisbewegingen zoveel mogelijk terugbrengen, om de opgebouwde netwerken van asielzoekers met de Nederlandse samenleving niet te verbreken. Kinderen niet meer verhuizen tussen verschillende opvanglocaties nadat ze met school begonnen zijn.
– Meer ruimte voor vrijwilligersinitiatieven en integratie-gerelateerde activiteiten in de opvangcentra van het COA. Van een regime van “controle en beheersing” naar “contact en integratie”.
– Bescherming van alleenstaande vrouwen, christenen en LHBT’ers in de opvang. Het moet veilig zijn in opvanglocaties voor iedereen. Intimidaties worden niet getolereerd: er komen aparte sobere opvanglocaties voor vreemdelingen die de rust verstoren en anderen hun vrijheid niet gunnen.
– Streng optreden tegen mensen die anderen niet de vrijheid gunnen en over de schreef gaan. Misdragingen hebben gevolgen voor een verblijfsstatus. Wanneer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wordt opgelegd, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken.
– Zo snel mogelijk duidelijkheid bieden over verblijfsperspectief. Lange procedures zorgen voor wanhoop bij de asielzoeker en bemoeilijkt integratie in de samenleving na een inactieve periode.

Menselijke benadering in de asielopvang

Een persoonlijke benadering richting de asielzoeker is belangrijk voor menswaardige opvang. De ChristenUnie pleit voor passende, individuele aandacht voor asielzoekers en personeel dat hiervoor toegerust is. Het COA is niet de enige instelling die opvang van asielzoekers kan vormgeven; het Leger des Heils heeft in Amsterdam en Crailo al laten zien dat het, met grotere tevredenheid van vluchtelingen en vrijwilligers, opvang kan bieden. De ChristenUnie wil organisaties hiervoor de ruimte bieden (“right to challenge”).

Terugkeerbeleid

Wanneer is besloten (en door rechters getoetst) dat iemand niet in Nederland mag blijven, dan dient die beslissing te worden geëffectueerd. Als (verplichte) terugkeer niet plaatsvindt, doet dit afbreuk aan de uitkomsten van de vreemdelingenrechtelijke procedures. De ChristenUnie stelt het volgende voor:
– Bed-bad-broodvoorziening met begeleiding en 24-uursopvang voor uitgeprocedeerde vreemdelingen, zoals de Pauluskerk in Rotterdam. Doorrust te bieden aan de vreemdeling, kan ruimte ontstaan voor een toekomstperspectief buiten Nederland, of wanneer dat niet mogelijk is, in Nederland.
– Samenwerken met andere Europese landen om verplichte terugkeer naar meer landen van herkomst mogelijk te maken. Leren van de ervaringen van andere landen op het gebied van verplichte terugkeer. In bilaterale samenwerkingsafspraken afspraken opnemen over de bereidheid om uitgeprocedeerde vreemdelingen terug te nemen, waarbij uiteraard de mensenrechtenverdragen in acht worden genomen.
– “Buiten-schuldbeleid” meer inzichtelijk maken. Verblijfsvergunning na een jaar wanneer iemand aantoonbaar heeft gewerkt aan vertrek naar land van herkomst en “buiten schuld” toch niet kan terugkeren. P. 28-31

Christenunie over integratie:

Vanaf het begin van de aankomst van vluchtelingen wordt ingezet op integratie en meedoen in de Nederlandse samenleving. Ze leren zo de Nederlandse samenleving kennen en krijgen ruimte voor hun bijdragen en inzet. Ontmoetingen tussen Nederlanders en nieuwkomers zijn waardevol, bijvoorbeeld via gemeenschappelijke maaltijden en taalbuddy-projecten. Vluchtelingen zijn fysiek naar ons land gevlucht. Maar het is ook nodig dat ze mentaal verhuizen. Deze mensen zijn oorlog en onderdrukking ontvlucht op zoek naar veiligheid. Maar dat maakt nog niet dat ze de waarden omarmen van gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, de vrijheid van godsdienst en van meningsuiting. Met de nieuwe stroom aan vluchtelingen uit niet-westerse landen kan een cultuur meekomen van onvrijheid en ongelijkwaardigheid. Het overbruggen van de mentale afstand tussen die cultuur en de cultuur van ons land kost moeite en inspanning. Daar willen we de nieuwkomers bij helpen. En niet de fouten herhalen uit het verleden waarmee statushouders de bijstand instroomden en daar tot op de dag van vandaag niet meer uitkomen. De ChristenUnie stelt de volgende maatregelen voor:

– Zo kort mogelijke procedures na de asielaanvraag. Snel uitsluitsel over status.

– Taalles en zo mogelijk vrijwilligerswerk vanaf aankomst voor de asielzoekers, dus niet pas na verlening van verblijfsvergunning.

– Overdracht van Nederlandse waarden aan de gevluchte nieuwkomers, al tijdens het doorlopen van de verblijfsprocedure. Daartoe wordt een lespakket ontwikkeld over de Nederlandse waarden gericht op burgerschapsvorming en het ontwikkelen van een hart voor Nederland, zodat conflicten uit landen van herkomst niet overwaaien naar Nederland. Van nieuwkomers die in Nederland mogen blijven, wordt gevraagd dat zij door middel van een loyaliteitsverklaring de rechtsstaat en de waarden van godsdienstvrijheid, gelijkwaardigheid en de rechten van minderheden en vrouwen onderschrijven.

– Werkstages, vrijwilligerswerk en ondernemerschap. Om statushouders te activeren en de weg naar de arbeidsmarkt te stimuleren, ontwikkelen gemeenten samen met het Rijk programma’s om alle statushouders werkstages en vrijwilligerswerk aan te bieden. Ondernemende statushouders krijgen hulp bij het opzetten van bedrijfjes. Bedrijven en organisaties die statushouders aannemen, worden geholpen wanneer zij aanlopen tegen belemmerende regelgeving.

– Verplicht en passend vrijwilligerswerk voor statushouders zolang zij geen werk hebben. Dit is goed voor de nieuwkomer die hiermee invulling kan geven aan zijn dagritme én iets voor de samenleving kan betekenen.

– Activerend en ontzorgend systeem van sociale voorzieningen. De ChristenUnie wil naar een simpeler en activerend systeem van voorzieningen voor statushouders. Met vanaf dag 1 taalles, integratie met burgerschapswaarden en (vrijwilligers)werk en onderwijs. Integratie verloopt het beste via (vrijwilligers)werk of stage en het eigen maken van taal en burgerschapswaarden gaat het beste als je die direct in de praktijk kun toepassen en ontwikkelen.

– Een begeleide toegang tot de verzorgingsstaat: gemeenten innen de zorgtoeslag, huurtoeslag en bijstand gedurende de eerste twee jaar en de nieuwkomer ontvangt deze voorzieningen en begeleiding in natura met leefgeld. Vervolgens wordt getoetst of je uit dit systeem kunt stromen. Een statushouder die zichzelf redt op de arbeidsmarkt, kan eventueel eerder uitstromen. Als je niet slaagt voor de toets, stroom je in principe nog niet uit. Alle volwassen mannen en vrouwen draaien mee in dit systeem. Ook voor ouders met jonge kinderen geldt deelnameplicht met eventueel een aangepaste aanpak vergelijkbaar met de scholingsplicht voor ouders met jonge kinderen in de bijstand. Hiermee wordt de nieuwkomer geactiveerd om snel te integreren, arbeidsritme te ontwikkelen, de taal te leren en toe te passen en zo snel mogelijk zelfvoorzienend te worden en loopt hij of zij niet vast in de toeslagen-bureaucratie. P. 31-2

Christenunie over islam:

De ChristenUnie onderkent dat onze tijd grote vraagstukken kent: (…) Grote bedrijven en rijken die belasting ontwijken terwijl de gewone burger de verzorgingsstaat ziet afbrokkelen. Vluchtelingen die ook aanspraak maken op schaarse woningen en banen. (…) (Burger-)oorlogen aan de grenzen van Europa, terroristische aanslagen en islamitische radicalisering die onze veiligheid en vrede bedreigen. p. 4

Je kunt je niet enerzijds kritisch uitlaten over de doodstraf op afvalligheid, bekering of homoseksualiteit in islamitische landen en anderzijds handelsmissies faciliteren naar deze landen. p. 94.

Godsdienstvrijheid bevorderen De vrijheid die wij kennen om ons geloof te beleven of van geloof te veranderen is wereldwijd niet vanzelfsprekend. Wereldwijd worden 200 miljoen christenen vervolgd om hun geloof. Met name in islamitische landen en Noord-Korea vindt hevige onderdrukking plaats en worden in het bijzonder christenen het slachtoffer van vervolging. In Syrië en Irak zijn volgens cijfers van Open Doors van anderhalf miljoen christenen tien jaar geleden nog maar 200.000 christenen over. Ook andere religieuze minderheden zijn verdreven. Wij willen ons inzetten voor hen die om hun geloofsovertuiging worden vervolgd: Fonds voor de bescherming van godsdienstvrijheid. Hiermee kan steun worden gegeven aan familie van gevangen christenen, voor advocaatkosten, voor safehouses voor bekeerlingen. Geen straf op afvalligheid en bekering. Campagne voor het recht om van geloof te mogen veranderen (“right to exit”) en lobbyen bij islamitische landen om sancties op afvalligheid en bekering uit de strafwet te halen. P. 95

De Arabische ‘lente’ is een gure Arabische herfststorm geworden. In veel Noord-Afrikaanse landen en islamitische landen in het Midden-Oosten worden christenen en andere minderheden het slachtoffer van sektarisch geweld van onder andere radicale islamitische groeperingen, zoals Boko Haram, IS en Al Qaida. Het ontbeert in de militaire strategie aan een specifiek en gericht beleid om de etnische en religieuze genocide een halt toe te roepen. We lopen daarbij het risico dat straks de militaire strijd tegen ISIS is gewonnen, om vervolgens te constateren dat etnische en religieuze genocide op minderheden als Yazidi’s en christenen is geslaagd. Dit brengt de ChristenUnie tot de volgende maatregelen:

– Opbouw rechtsstaat. Militaire missies moeten deel uitmaken van een bredere strategie om vrede en stabiliteit in bepaalde gebieden te brengen. Dus niet alleen bombarderen, maar ook het opbouwen van een rechtsstaat en het verbeteren van de positie van vrouwen en christenen.

– Massavernietigingswapens: in bondgenootschappelijk verband wordt gestreefd naar beperking van kernwapens wereldwijd, ook binnen Europa.

– Geen wapenhandel met landen die mensenrechten schenden en die wapens tegen de eigen bevolking inzetten, zoals Syrië en Saoedi-Arabië.

– Samenwerking in NAVO-verband, en binnen Europa, is voor Nederland essentieel: zonder haar bondgenoten kan de krijgsmacht haar grondwettelijke taken onmogelijk waarmaken. De ChristenUnie steunt initiatieven tot internationale samenwerking, niet als bezuiniging, maar voor een beter getrainde, uitgeruste en inzetbare krijgsmacht.

– De crises waarmee de EU wordt geconfronteerd aan haar buitengrenzen vragen om een gezamenlijke aanpak en een sterker (minder vrijblijvend) Europees buitenlands- en veiligheidsbeleid. Inzet van militairen blijft de soevereine bevoegdheid van lidstaten, maar op het gebied van training, verwerving van materieel, standaardisatie en het uitvoeren van (gezamenlijke) operaties kan samenwerking geïntensiveerd worden. Samenwerking en harmonisatie van materieel in EU-verband staat niet los van samenwerking in NAVO-verband, er moet hierbij zoveel mogelijk gezocht worden naar synergie tussen beide veiligheidsorganisaties. Gedeelde waarden en idealen zijn belangrijk voor de ChristenUnie bij de keuze van partnerlanden.

– Erkenning van genocide op christenen en andere minderheden in het Midden Oosten. En gericht beleid voeren om verdere escalatie te voorkomen en tegen te gaan.

– Strijd tegen ISIS. Tegengaan, bestrijden en voorkomen van misdaden tegen de menselijkheid – die nu nog gaande zijn. Militair ingrijpen in Irak en Syrië is dus niet alleen gericht op militaire strategie om ISIS op de langere termijn te verslaan. Internationale beschermingsmacht inzetten voor een veilige zone voor vluchtelingen in Noord-Irak. p. 104-5.

Bron: Verkiezingsprogramma van de ChristenUnie.


D66 over immigratie:

“Als we de uitdagingen rond immigratie, energie, veiligheid, handel en klimaat op willen lossen en de kansen willen pakken, dan moet dat gezamenlijk in Europa.” p. 6.

Betrokken bij en realistisch over vluchtelingen
Migratie is van alle tijden. Al eeuwenlang komen er mensen uit alle windstreken naar Nederland. En in de loop van de geschiedenis hebben veel Nederlanders hun geluk elders beproefd – op de vlucht voor oorlog, armoede of om elders een beter bestaan op te bouwen. Door de vele brandhaarden in de wereld is op dit moment het grootste aantal mensen op de vlucht sinds de Tweede Wereldoorlog. Het oorlogsgeweld in Syrië, de dictatuur in Eritrea en de acties van de Taliban in Afghanistan verdrijven onschuldige burgers uit hun land. Zij vluchten om zichzelf in veiligheid te brengen en om hun kinderen te beschermen tegen oorlog en geweld. Ook in de komende jaren zullen er veel mensen naar Europa blijven komen. Dat zegt vooral iets over de ernst van de huidige onrust elders in de wereld. Het achterlaten van huis, familie, vrienden en je geboortegrond is immers geen kleine stap. Maar soms wint de vrees voor lijf en leden of het juk van onderdrukkende regimes het van de onzekerheid en ongewisse lotsbestemming die migratie onvermijdelijk met zich meebrengt. Voor die mensen willen en moeten wij er zijn.
Tegelijkertijd vertelt de migratie richting Nederlands ons ook iets over de omstandigheden hier. De vrijheid en economische voorspoed zijn momenteel zo groot dat zij aantrekkingskracht uitoefent op andere delen van de wereld. En dat is bijzonder in de nasleep van de grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Die positie moeten we koesteren. Maar zij komt ook met een verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk mensen de kans te geven een menswaardig bestaan op te bouwen – het liefst in de regio van herkomst, maar waar nodig ook in onze eigen samenleving. Het recht op individuele vrijheid is immers niet gebonden aan de plek waar je wieg heeft gestaan.

De afgelopen jaren is er een heftig, en soms te heftig, maatschappelijk debat over vluchtelingen gevoerd. Voor mensen die in eigen land hun leven niet zeker zijn staat onze deur altijd open – dat is onze dure medemenselijke plicht. Maar wij hebben ook begrip voor mensen die willen 138 ontsnappen aan uitzichtloze armoede, voedselgebrek, onbetaalbare gezondheidszorg, corrupte overheden of decennia durende schaduwlevens in kampen voor ontheemden. Het gaat om mensen die verbetering van hun lot – vaak tegen de klippen op – in eigen hand nemen. Daar geldt dat het aanpakken van de oorzaken door meer ontwikkelingssamenwerking en effectiever buitenlands beleid verreweg de voorkeur geniet boven symptoombestrijding door opvang in de regio of in Europa. Wij respecteren de menselijke wens aan het noodlot te ontsnappen en herkennen de drang naar een beter bestaan – gesteld voor dezelfde situatie zouden velen van ons dezelfde aspiraties hebben. En in een ideale wereld zou bewegingsvrijheid niet langer beperkt zijn door grenzen. Maar hoewel onze vitale samenleving meer nieuwkomers kan verwerken dan sommigen denken, dreigen onderling vertrouwen en sociale cohesie bij al te grote migratieschokken af te kalven. Dat vergt een duidelijk beleid om legale routes te creëren voor vluchtelingen en een selectief blue cardsysteem voor economische migranten waarbij de potentiële bijdrage aan de Nederlandse samenleving voorop staat.

Europese samenwerking

Om vluchtelingen menswaardig op te vangen is Europese samenwerking onmisbaar. Nu moet er eindelijk het door D66 bepleite Europese asielbeleid komen, Europese aanmeldcentra, een goede verdeling van de lasten over de lidstaten en een sterke rol voor EASO, het Europese asielbureau. Goede overeenkomsten met de buurlanden van de EU zijn onmisbaar voor een menswaardige regeling voor immigratie naar en emigratie uit de EU. D66 wil dat de Europese Unie de komende jaren een aanzienlijk deel van haar begroting besteedt aan het in goede banen leiden van deze vluchtelingencrisis en een vluchtelingen Eurocommissaris aanstelt. Lidstaten die meer vluchtelingen opnemen moeten daarvoor financieel beloond worden.

Effectiever grensbeleid

D66 wil goede grenscontroles aan de buitengrenzen van Europa, zodat we regie hebben op wie wel en niet Europa binnenkomt. Omdat het in ieders belang is dat mensen binnen Europa vrij kunnen bewegen, is de bewaking van de buitengrenzen een verantwoordelijkheid van alle EUlanden samen. Die verantwoordelijkheid wordt nu uitbesteed aan andere landen of ontlopen. Ook wil D66 vluchtroutes beveiligen om mensensmokkelaars uit te sluiten – geen menselijke drama’s meer op open zee. Daarom wil D66 dat de Europese grens- en kustwacht snel operationeel wordt.

Ook wij vinden opvang in de regio een belangrijk onderdeel van de oplossing. Maar we moeten ons ook realiseren dat bijvoorbeeld 95% van de Syrische vluchtelingen momenteel al in Libanon, Jordanië, Turkije en Irak wordt opgevangen. D66 wil veel doen om die opvang te verbeteren, door onze noodhulp flink te verhogen en door structurele partnerschappen aan te gaan met de regeringen daar. Om bijvoorbeeld het onderwijssysteem ter plekke overeind te 139 houden of de infrastructuur te verbeteren. Maar ook opvang in de regio kent zijn grenzen. Om de druk op landen als Libanon en Jordanië te verlichten, zullen Europese landen, naast reguliere asielaanvragen aan onze buitengrenzen, via het UNCHR-hervestigingsprogramma meer vluchtelingen veilig naar Europa moeten laten komen. Momenteel neemt Nederland 500 kwetsbare vluchtelingen per jaar op in het kader van het UNCHR-hervestigingsprogramma. Gezien het grote aantal mensen dat momenteel wereldwijd op de vlucht is moet dit aantal echt substantieel omhoog. D66 vindt dat ook andere Europese lidstaten meer vluchtelingen zouden moeten opnemen via het hervestigingsprogramma van UNHCR.

Vluchtelingen- en migratiestromen voorkomen

Gekoppeld aan een effectiever Europees asielbeleid, bepleit D66 een stevig investerings- en hulpbeleid om de economische en rechtsstatelijke omstandigheden in landen van herkomst te verbeteren. Economische ontwikkeling ontstaat pas als de overheid en markt functioneren, in infrastructuur en voedselvoorziening wordt geïnvesteerd en er banen zijn. Want zolang er in eigen land geen kansen zijn, zullen mensen die kansen elders zoeken. Met een verwachte bevolkingsomvang van vier miljard mensen in Afrika aan het einde van deze eeuw kunnen wij ons dat niet veroorloven. Dit is een proces van de lange adem. Maar het is de enige manier om aan zoveel mogelijk mensen een leven in vrijheid te kunnen bieden. In Nederland, Europa en daarbuiten.

Onschuldig tot het tegendeel is bewezen

Nederland mag geen vrijhaven zijn voor oorlogsmisdadigers. Daarom moet het Team Internationale Misdrijven extra capaciteit krijgen om asielzoekers die verdacht worden van oorlogsmisdrijven daadwerkelijk berecht kunnen worden. Het huidige beleid, waarbij asielzoekers direct worden uitgesloten van de asielprocedure als er een verdenking is van oorlogsmisdrijven op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, vindt D66 onzorgvuldig. Daarom wil D66 dat er een onderzoek komt naar de huidige toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.

Asielzoekers kunnen meteen meedoen

Op dit moment wordt er te veel gesleept met de asielzoekers die Nederland bereiken. We geven deze mensen op de vlucht onvoldoende kansen zinvol aan de slag te gaan. Daarmee maken we ze het bij voorbaat heel erg moeilijk om wat van hun leven te maken. Terwijl we allemaal zouden moeten weten dat de meeste mensen nog lang in Nederland zullen wonen. D66 wil daarom de opvang van asielzoekers in Nederland radicaal anders vormgeven: we willen 140 permanente opvangreserve (ook in rustigere tijden), kleinschaligere opvang, een regierol voor gemeenten in de opzet van opvang en een zo kort mogelijke procedure, die is gericht op het belang van het kind. De asielprocedure moet zo worden ingericht dat het aantal verhuisbewegingen van mensen tijdens de procedure zo klein mogelijk is, zeker als er kinderen in het spel zijn. Dit komt ook ten goede aan de kwaliteit van onderwijs voor asielkinderen. Het is van belang dat mensen, vrouwen net zo goed als mannen, zo snel mogelijk kunnen meedoen in de maatschappij. Daarvoor is een korte en efficiënte asielprocedure cruciaal. Als er door een te hoge asielinstroom te weinig capaciteit is om de achtdaagse procedure te waarborgen, dan moet er direct extra capaciteit komen om maandenlange wachttijden te voorkomen. Hetzelfde geldt voor gezinshereniging. Ook die procedure moet zo snel mogelijk verlopen om onzekerheid en gebrekkige integratie te voorkomen. Het uitgangspunt is dat mensen wier asielverzoek niet wordt ingewilligd moeten terugkeren naar land van herkomst. D66 vindt het belangrijk om uitgeprocedeerde asielzoekers naast bed, bad en brood ook begeleiding geboden wordt, zodat hen een toekomstperspectief wordt geboden voor terugkeer naar het land van herkomst en hen een kans wordt geboden om een menswaardig bestaan te leiden. De afgelopen jaren maken duidelijk dat het Nederlands en het Europees asielsysteem volledig op de schop moeten. D66 wil de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet Inburgering wijzigen.

p. 137-140

D66 over integratie:

Wij moeten de mensen die naar ons land zijn gevlucht en die structureel onderdeel worden van onze samenleving echt mee laten doen. D66 vindt meedoen aan de Nederlandse maatschappij door het spreken van de taal en het hebben van een baan het allerbelangrijkst. Daarom moet daar vanaf dag één in Nederland aan gewerkt worden. Al in de opvang moet er door het rijk gezorgd worden voor taalcursussen en onderwijs voor kinderen. Drempels om te kunnen of mogen werken, moeten worden weggenomen, zodat mensen direct aan de slag kunnen. D66 wil bovendien de naturalisatietermijn terugbrengen naar vijf jaar. Vluchtelingen hebben ook kennis van de Nederlandse maatschappij nodig om mee te kunnen doen. We verwachten uiteraard dat vluchtelingen zich inspannen om die kennis op te doen. Om dat ondersteunen zien we meer in kwalitatief goede cursussen, dan in een onzinnige toets als het huidige inburgeringsexamen.

D66 wil dat zo snel mogelijk in kaart wordt gebracht wat de competenties van deze vrouwen en mannen zijn. Diploma’s uit het land van herkomst moeten snel erkend worden en er moet gekeken worden naar de nodige aanvullende opleidingen. Bij het plaatsen van statushouders in de gemeente moeten we kijken naar vraag en aanbod: in welke gemeente is er behoefte aan welke arbeidskrachten?

Overheid en gemeenten moeten veel meer ondersteuning en begeleiding bieden tijdens de inburgering. Daarbij verwachten we dat niet alleen mannelijke asielzoekers, maar ook vrouwen actief kansen krijgen en geacht worden deze te grijpen. Keerzijde van deze intensieve begeleiding is wel dat inburgerweigeraars uiteindelijk ook het land uit kunnen worden gezet, tenzij een uitzetting in strijd is met het beginsel van non-refoulement.

Bescherming kwetsbare groepen

D66 wil dat er in de asielopvang voldoende aandacht is voor het aanpakken van daders en de bescherming van kwetsbare groepen, zoals kinderen, getraumatiseerde personen en LHBTI’ers met verschillende culturele en religieuze achtergronden. D66 wil daarnaast een verruiming van het Kinderpardon, zodat gewortelde kinderen die al langer dan vijf jaar in Nederland verblijven alsnog een vergunning kunnen krijgen.

Bed, bad en brood

D66 wil dat het kabinet meer werk maakt van de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers, in Nederland en in Europees verband. Dit betekent dat de bed-, bad- en broodvoorziening gekoppeld moet worden aan begeleiding die toewerkt naar een toekomstperspectief in land van herkomst voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Kleinschalige opvang waarbij ongedocumenteerden ook begeleiding krijgen, biedt perspectief op een daadwerkelijke toekomst in Nederland of het land van herkomst en daarom mogen gemeenten dit blijven aanbieden.

Vreemdelingenbewaring

In uiterste gevallen is het nodig om in de vreemdelingenbewaring machtsmiddelen in te zetten, maar D66 wil dit beperken en daar heel hoge barrières en heldere grenzen aan stellen. D66 wil geen kinderen in de cel, grensdetentie afschaffen, geen isolatie tenzij strikt noodzakelijk en geen visitatie. p. 140-1141

D66 over islam:

In het D66 verkiezingsprogramma komt het woord ‘islam’ niet voor.

Bron: Verkiezingsprogramma D66. [PDF]


Denk

Denk over immigratie:

Het woord ‘immigratie’ komt in het verkiezingsprogramma van Denk niet voor.

Denk over integratie:

De samenleving is veranderd en dat accepteren wij

Denk stopt met het gieten van Nederlanders die hier zijn geboren en/of getogen in de steeds veeleisender wordende en veranderende mal van de “ideale Nederlander”. De geschiedenis van het integratiebeleid, waarin dan weer de afwezigheid van beleid centraal stond, dan weer integratie met behoud van cultuur het kenmerk was, dan weer het wegwerken van achterstanden als doel werd gesteld en waarin heden ten dage assimilatie centraal staat, toont aan dat er decennia lang op een volstrekt arbitraire wijze is omgesprongen met diversiteit in ons land onder invloed van wijzigende politieke verhoudingen en simplistisch populisme.

In plaats van te stellen dat wij miljoenen Nederlanders hebben die moeten integreren in de samenleving, zegt Denk dat het afgelopen moet zijn met het buiten de samenleving plaatsen van mensen die hier zijn geboren en/of getogen of gekozen hebben om Nederland hun thuis te maken. Deze mensen staan niet buiten de samenleving, maar maken hier volop deel van uit en leveren hier elke dag een bijdrage aan. Onze samenleving is veranderd en dat moeten we accepteren en omarmen.

Een nieuw en verbindend ideaal

Dit acceptatieproces slaagt alleen als wij ons bewust worden van de praktijken in onze samenleving en in de politiek die de verdeeldheid bevorderen. Wij stellen hier een overtuigende boodschap tegenover. Het is in de visie van Denk van zeer groot belang om te komen tot een nieuw en verbindend ideaal voor ons land. Een ideaal dat gestoeld is op het gemeenschappelijke stelsel van rechten en plichten dat in gelijke mate geldt voor álle staatsburgers van het Koninkrijk der Nederlanden. Want volgens Denk bepaalt niet de cultuur, de afkomst of het ras van een persoon of hij of zij Nederlander is. Zoals in Artikel 2, lid 1 van onze Grondwet is vastgelegd, regelt de wet wie Nederlander is. Het Nederlanderschap is een wettelijk vastgelegde verworvenheid die ons als gemeenschappelijk stelsel van rechten en plichten met elkaar verbindt. Dát is het burgerschapsnationalisme dat Denk tegenover de culturele, etnische en xenofobische vormen van nationalisme plaatst, die de laatste jaren terrein hebben gewonnen.

Aanpakken en benoemen institutioneel racisme

Denk maakt daarom werk van het aanpakken en benoemen van institutioneel racisme in onze maatschappij dat de praktijken van instanties bevuilt en de kansen van mensen op een onrechtvaardige wijze verkleint. Want ras of afkomst mogen in een samenleving die gestoeld is op rechtvaardigheid iemand nooit benadelen.

Pal staan voor onze Grondwet

Denk verzet zich daarom tegen het selectief toepassen van fundamentele rechten. Denk klampt zich met trots vast aan de verworvenheden in onze Grondwet, verdedigt ze en draagt ze uit. Want de beloften uit onze Grondwet gelden binnen de grenzen van de wet voor ieder mens, geloof en mening.

Bestrijden van de ondervertegenwoordiging

Denk wil daarom vaart maken met het bestrijden van de hardnekkige ondervertegenwoordiging van mensen met een migrantenachtergrond, vrouwen en mensen met een beperking in belangrijke posities in het bedrijfsleven, bij de overheid en in de politiek. De stem van iedere groep in ons land moet worden gehoord, zodat tunnelvisie in de besluitvorming wordt voorkomen.

Halt aan haat

Denk roept daarom een halt toe aan de groeiende tendensen van alledaagse vormen van xenofobie, homofobie, islamofobie, moslimhaat, afrofobie, antisemitisme en racisme in onze samenleving en biedt met democratische middelen weerstand tegen politieke haatzaaiers en electoraalopportunistische splijtzwammen. Want omdat de zwijgende meerderheid blijft zwijgen, is het geluid van Denk harder nodig dan ooit. Bestrijden segregatie Denk zet daarom in op het bestrijden van de segregatie in onze samenleving, waardoor bevolkingsgroepen langs elkaar heen leven en geen begrip voor elkaar ontwikkelen. Want alleen door het faciliteren van institutionele ontmoeting leren mensen elkaar kennen, waarderen en begrijpen, zodat wederzijdse acceptatie kan ontstaan.

Bestrijden segregatie

Denk zet daarom in op het bestrijden van de segregatie in onze samenleving, waardoor bevolkingsgroepen langs elkaar heen leven en geen begrip voor elkaar ontwikkelen. Want alleen door het faciliteren van institutionele ontmoeting leren mensen elkaar kennen, waarderen en begrijpen, zodat wederzijdse acceptatie kan ontstaan. p. 8

Integratie wordt vervangen door wederzijdse acceptatie

Volgens Denk zijn er in Nederland meer mensen die geïntegreerde mensen moeten accepteren, dan mensen die nog zouden moeten integreren. Integratie geldt voor nieuwkomers, niet voor mensen die hier zijn geboren en/of getogen. Denk is daarom: • Vóór het invoeren van een acceptatiemonitor in plaats van de integratiemonitor, zodat het acceptatiegehalte van de samenleving ieder jaar wordt onderzocht • Vóór het invoeren van een Minister van Wederzijdse Acceptatie . p. 9

Denk over islam:

Halt aan haat

Denk roept daarom een halt toe aan de groeiende tendensen van alledaagse vormen van xenofobie, homofobie, islamofobie, moslimhaat, afrofobie, antisemitisme en racisme in onze samenleving en biedt met democratische middelen weerstand tegen politieke haatzaaiers en electoraalopportunistische splijtzwammen. Want omdat de zwijgende meerderheid blijft zwijgen, is het geluid van Denk harder nodig dan ooit. p. 8

Denk vindt dat de onderwijsvrijheid niet selectief mag worden toegepast of mag worden gefrustreerd. Denk is daarom:

– Vóór het instellen van een onafhankelijke commissie die overheidsinstellingen toetst op het treiteren en tegenwerken van initiatiefnemers van onderwijsinstellingen

– Vóór het gelijk behandelen van islamitische onderwijsinitiatieven

– Vóór het aanbieden van voldoende opleidingen tot islamitisch geestelijke en imams p. 16.

Bron: Verkiezingsprogramma Denk. [PDF]


Forum voor democratie over immigratie:

Uit Veiligheid & justitie:

Waar mogelijk, berechting van niet-genaturaliseerde immigranten in hun land van herkomst. P. 17.

Immigratie & Remigratie

– Nederland beslist zelf wie wordt toegelaten

– Visa naar Amerikaans model (Greencard)

– Asielbeleid naar Australisch model (Nederland bepaalt wie binnenkomt)

De Nederlandse samenleving heeft de afgelopen decennia een enorme instroom van immigranten te verwerken gekregen. De samenleving kan dit niet meer behappen, maar het partijkartel blijft maar doorgaan met het binnenhalen van ongehoorde aantallen kansarme immigranten. (met steun van de NPO en gesubsidieerde instanties zoals Vluchtelingenwerk).

Het geld dat we hieraan besteden zou veel effectiever en zinvoller kunnen worden besteed door opvang in de regio. Mocht asiel in ons land toch (om wat voor reden dan ook) noodzakelijk zijn, dan moet dat niet meer leiden tot een permanente verblijfsvergunning – maar slechts tot tijdelijke opvang voor zolang het nodig is. Het doel is terugkeer naar het land van herkomst zodra de situatie dat weer toelaat.

Ons immigratiebeleid moet gericht zijn op wie wij hier nodig hebben en wie wij (ook op basis van culturele achtergrond) kunnen opnemen.

In Nederland zijn naar schatting circa 150.000 illegalen, waaronder uitgeprocedeerde asielzoekers die weigeren het land te verlaten. In gemeenten als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht wordt illegaal verblijf zelfs aangemoedigd middels de bed-bad-brood regelingen. Illegalen dienen zo spoedig mogelijk te worden opgespoord, vervolgd en uitgezet. Gemeenten die weigeren mee te werken aan Rijksbeleid worden gekort op hun algemene uitkering uit het Gemeentefonds.

Waar integratie niet lukt, is remigratie de beste oplossing. Toch werd in 2015 door slechts 504 immigranten gebruik gemaakt van de reeds bestaande remigratieregeling. Deze regeling moet dus worden uitgebreid en aantrekkelijker worden gemaakt. Tevens moet remigratie als alternatieve straf kunnen worden opgelegd.

Wij willen:

a) Asielbeleid naar Australisch model: Nederland beslist zélf wie hier wordt opgevangen. Immigranten met extreme politieke ideeën die niet in lijn zijn met onze westerse beschaving dienen terstond te worden uitgezet naar het land van herkomst.

b) Overheidsgeld kan veel beter en effectiever worden besteed aan opvang in de regio.

c) Asielaanvraag leidt niet meer (semi-)automatisch tot permanente verblijfsvergunning maar (hooguit) tot tijdelijke opvang. Doel moet zijn terugkeer naar het land van herkomst;

d) Invoering GreenCard-systeem naar Amerikaans model voor tijdelijke arbeidsmigranten.

e) Actief uitzetbeleid illegalen; strafbaar stellen illegaliteit.

f) Dubbele paspoorthouders verliezen Nederlands paspoort bij (ernstige) misdrijven.

g) Bevorderen remigratie waar integratie (assimilatie) mislukt.

h) Hoger beroep tegen beslissingen in asielzaken beperken tot 1 instantie; feitenrelaas en omstandigheden kunnen niet meer gewijzigd worden.

Forum voor democratie over integratie:

Uit Sociale voorzieningen:

– Eerste 10 jaar in Nederland geen uitkering voor immigranten

(…)

e) Eerste 10 jaar in Nederland geen uitkering voor immigranten die werkloos zijn gebleven.

f) Stoppen voorrangsregeling immigranten op sociale huurwoningen in de grote steden. Deze dienen ter beschikking te worden gesteld aan docenten in het onderwijs, politieagenten, verpleegkundigen en andere mensen die onmisbaar zijn voor de publieke voorzieningen. (p.22)

Forum voor democratie over islam:

Het woord ‘islam’ komt niet in het verkiezingsprogramma van Fvd voor.

Bron: Verkiezingsprogramma Forum voor Democratie. [PDF]


Groenlinks over immigratie:

– In het Groenlinks verkiezingsprogramma 2017-2021 komt het woord ‘immigratie‘ niet voor.

Groenlinks over integratie:
Vluchtelingen wagen hun leven om oorlog, geweld en vervolging te ontvluchten. Zij hebben recht op een toekomstperspectief. We sluiten onze grenzen niet voor vluchtelingen. Binnen en buiten Europa zullen we de verantwoordelijkheid eerlijk moeten delen. Dit is een grote uitdaging voor de Europese samenleving. We moeten bindende afspraken maken over de humane opvang en bescherming van vluchtelingen. GroenLinks wil dat de asielprocedure individueel, rechtvaardig en zorgvuldig is. De opvang moet fatsoenlijk zijn en als een asielverzoek wordt afgewezen is de terugkeer veilig en met kans op een nieuw bestaan. Erkende vluchtelingen krijgen snel de kans om een leven op te bouwen, de taal te leren en aan het werk te gaan. Zij moeten onze grondwet, onze democratie en de bijbehorende vrijheden leren kennen en zich daaraan houden. Zowel vluchtelingen als de Nederlandse samenleving hebben de plicht integratie te laten slagen. De rechten van asielkinderen worden beschermd. Kinderen die geworteld zijn in Nederland worden niet uitgezet. (p. 44)

Opvang in Nederland wordt kleinschalig georganiseerd. Gemeenten krijgen het aantal asielzoekers dat ze moeten opvangen toegewezen op basis van inwonertal. In overleg met bewoners regelen gemeenten zelf de opvang en het begin van integratie. De opvang is veilig en er is medische zorg beschikbaar. Er vindt voorlichting plaats over de gelijkheid van vrouwen, religieuze minderheden en LHBTI’s. In situaties van acute dreiging kunnen kwetsbare groepen tijdelijk in aparte opvang worden geplaatst. Daders worden effectief aangepakt. (p.49)

Integratie van asielzoekers start op dag één na aankomst. Zij leren direct over de Nederlandse samenleving en onze grondrechten. Asielzoekers krijgen meteen na aankomst toegang tot taalonderwijs en mogen werken. Inburgeringscursussen worden gegeven door reguliere onderwijsinstellingen en bekostigd door de Rijksoverheid. Dit taalonderwijs is gericht op participatie, via scholing, een eigen bedrijf of werk. (p. 50)

De Rijksoverheid laat meer ruimte aan gemeentelijke en lokale initiatieven bij de invulling van integratietrajecten. (p. 50)

Nederland neemt het voortouw bij samenwerking en specialisatie van de krijgsmachten van de EU-landen, om hun efficiency en inzetbaarheid te vergroten. Zo wordt, in samenhang met de versterking van het gemeenschappelijk buitenlands beleid, toegewerkt naar een Europese defensiemacht. Deze staat onder controle van het Europees Parlement. De NAVO mag geen belemmering vormen voor Europese militaire integratie. Nederland pleit voor afschaffing van de kernwapentaak van de NAVO. (p.73)

Groenlinks over islam:
In het Groenlinks verkiezingsprogramma 2017-2021 komt het woord ‘islam’ niet voor.

Bron: Groenlinks verkiezingsprogramma 2017-2021 [PDF]


PVV over immigratie:

Nul asielzoekers erbij en geen immigranten meer uit islamitische landen: grenzen dicht.

Intrekken alle al verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd. AZC’s dicht.

PVV over integratie:

Nederland de-islamiseren.

– Nul asielzoekers erbij en geen immigranten meer uit islamitische landen: grenzen dicht.
– Intrekken alle al verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd. AZC’s dicht.

– Islamitische hoofddoekjes niet in publieke functies

– Verbod op overige islamitische uitingen die in strijd zijn met de openbare orde

– Preventief opsluiten radicale moslims

– Criminelen met een dubbele nationaliteit denaturaliseren en uitzetten

– Syriëgangers niet meer terug laten keren naar Nederland

– Alle moskeeën en islamitische scholen dicht, verbod koran.

PVV over islam:

Nederland de-islamiseren.
– Nul asielzoekers erbij en geen immigranten meer uit islamitische landen: grenzen dicht.
– Intrekken alle al verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd. AZC’s dicht.
– Islamitische hoofddoekjes niet in publieke functies
– Verbod op overige islamitische uitingen die in strijd zijn met de openbare orde
– Preventief opsluiten radicale moslims
– Criminelen met een dubbele nationaliteit denaturaliseren en uitzetten
– Syriëgangers niet meer terug laten keren naar Nederland
– Alle moskeeën en islamitische scholen dicht, verbod koran.


Bron: PVV-verkiezingsprogramma 2017 – 2021.


SGP over immigratie:

Nederland is door de eeuwen heen een toevluchtsoord geweest voor mensen die in hun eigen land niet veilig waren en vervolgd werden. Dat moet zo blijven. Het herbergen van mensen in levensgevaar is voluit Bijbels. Nederland is echter klein en dichtbevolkt. Er zijn dus grenzen aan de mogelijkheden om hier migranten op te vangen. Op dit moment hebben we bovendien de handen vol aan de integratie van degenen die hier al geruime tijd verblijven.

Het is verontrustend als kinderen en kleinkinderen van de Turken en Marokkanen die hier decennia geleden naar toe kwamen zich meer verbonden voelen met het land waar hun (groot)ouders vandaan komen dan met Nederland. Daar komt bij dat nieuwkomers die zich nú melden vaak afkomstig zijn uit islamitische landen en culturen die niet zelden haaks, soms zelfs vijandig staan tegenover onze (christelijke) waarden en levensstijl. Om te voorkomen dat de instroom van asielzoekers in Europa toeneemt, moet urgentie gegeven worden aan een internationale aanpak van vluchtelingenstromen. Selectie en opvang gebeuren dan in de regio. Er is veel voor te zeggen om daarbij bijzondere aandacht te geven aan vervolgde christenen. Omdat zij in de eigen regio grote risico’s lopen, moet Nederland zich extra inspannen om deze christenen hier veilig onderdak te bieden.

Asielzoekers die primair om economische redenen naar Nederland komen moeten zo snel mogelijk terug. Ook voor kansarme migranten geldt dat zij niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Migranten die naar Nederland willen komen om andere reden dan asiel moeten aan kunnen tonen dat zij in ons land op eigen benen kunnen staan. Kansloze (gezins)migratie moet voorkomen worden.

In de EU kunnen migranten vrij van het ene land naar het andere reizen. Gedegen controle van de buitengrens en een zorgvuldige registratie van vreemdelingen zijn dan ook cruciaal. Tegelijk is nodig dat het asielbeleid van de verschillende landen op elkaar wordt afgestemd. Echter, zonder dat de soevereiniteit van de lidstaten nog verder wordt uitgehold.

Opvang in de regio
Internationale regels en verdragen, waaronder in ieder geval het Vluchtelingenverdrag, zijn onvoldoende afgestemd op de huidige omvang van de vluchtelingenstromen. Deze verdragen moeten bij de tijd gebracht worden. Bescherming moet zich allereerst richten op registratie en opvang in de regio en op bedreigde groepen die nu buiten de gangbare vluchtelingenstroom vallen.

– Geld voor de opvang in Nederland mag niet ten koste gaan van geld voor ontwikkelingssamenwerking, zodat succesvolle projecten in de herkomstregio’s niet in de knel komen.

– Nederland stimuleert dat vanuit Europa voldoende geld ter beschikking wordt gesteld voor opvang in de regio’s van herkomst en veilige derde landen.

– Christenen mijden regelmatig opvangkampen in de regio omdat ze er bedreigd worden. Bij het uitnodigen van asielzoekers moet Nederland deze kwetsbare groepen helpen.

– Het grote aantal verdragen en Europese regelingen voor vreemdelingen draagt bij aan juridisering en onnodige procedures. Het is tijd om deze regels samen te voegen.

Asiel
– Het indienen van herhaalde, vaak kansloze asielaanvragen moet worden ontmoedigd, onder meer door beperking van de vergoeding voor rechtsbijstand.

– De mogelijkheden om gezinsleden te laten delen in de verblijfsvergunning worden niet uitgebreid. Op basis van de Europese regels hanteert Nederland een nareistermijn van drie maanden.

– Asielzoekers moeten zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over hun status. Generale pardonregelingen zijn onwenselijk, wat nog eens extra geldt wanneer die een blijvend karakter hebben. De minister heeft de bevoegdheid om indien nodig in individuele gevallen uitzonderingen te maken.

– Bij gezinshereniging moeten strengere eisen (kunnen) worden gesteld aan het inkomen en de leeftijd van migranten.

– Bij uitzonderingen op het reguliere vreemdelingenbeleid mag mee gewogen worden of iemand al in Nederland is ‘geworteld’. Maar dan wél als één van de elementen bij de beoordeling van het verzoek en niet als garantie.

– Omdat christenen in islamitische landen extra gevaar lopen, moet Nederland openstaan voor juist deze meest bedreigde groep vluchtelingen.

– Bekeringsverhalen van asielzoekers moeten zorgvuldig worden getoetst.

Terugkeer
– De overheid moet actief toetsen of vreemdelingen weer kunnen terugkeren wanneer de omstandigheden in het land van herkomst voldoende verbeterd zijn.

– Het is onwenselijk dat iemand na vijf jaren verblijf in Nederland ‘automatisch’ voor onbepaalde tijd mag blijven. Terugkeer moet mogelijk zijn tot zeven jaar, de termijn voor verkrijging van het Nederlanderschap.

– Er moet meer geld en mankracht komen voor gedwongen terugkeer van vreemdelingen.

– De mogelijkheden om terugkeer te realiseren moeten verruimd worden, zodat verdwijning in de illegaliteit voorkomen wordt. Het moet bijvoorbeeld makkelijker worden om asielzoekers vast te zetten voor overdracht naar een andere lidstaat of voor terugkeer naar een veilig land.

– De lijst met zogenoemde veilige landen moet worden uitgebreid, zodat de uitzetting naar veilige landen versneld kan gebeuren.

Opvang in Nederland
– Bij het regelen van opvang in Nederland moet nadrukkelijk aandacht zijn voor het draagvlak in gemeenten.

– Er moet ruimte zijn voor kleinschalige opvang, gelet op de omvang van veel lokale gemeenschappen. Tevens moet rekening worden gehouden met het aantal houders van een verblijfsvergunning in een gemeente.

– De overheid zorgt ervoor dat initiatieven voor zinvolle dagbesteding in noodopvang en asielzoekerscentra voldoende ruimte krijgen, zeker naarmate de kans stijgt dat asielzoekers in Nederland mogen blijven.

Europa
– Grensbewaking is een zaak van de lidstaten. Griekenland moet vanwege de geïsoleerde ligging ten opzichte van het Schengengebied van het gezamenlijk asielbeleid worden uitgesloten, anders blijft het land de achilleshiel van Europa.

– Er moet meer worden geïnvesteerd in mobiel toezicht op vreemdelingen en mensensmokkel.

– Mensensmokkelaars moeten keihard worden aangepakt.

SGP over integratie:

Van nieuwkomers mag verwacht worden dat ze zich zoveel mogelijk inspannen om een steentje bij te dragen aan onze samenleving. Daar hoort bijvoorbeeld bij dat ze financieel zoveel mogelijk op eigen benen staan. Vereiste is ook dat vreemdelingen Nederlands kunnen spreken. Bij integratie hoort verder dat de nieuwe inwoners zich verdiepen in de Nederlandse geschiedenis, cultuur en gewoonten. Wie dat weigert, hoeft niet te rekenen op een voortgezet verblijf. Voor integratie is het cruciaal dat het ontvangende land helder is over wat er wel en wat er niet kan, te beginnen in de asielopvang. Regels moeten helder worden uitgelegd en consequent worden toegepast. Het minste wat mag worden verwacht is dat men zich houdt aan de wetten van ons land.

– In inburgeringscursussen moet naast de Nederlandse taal basale kennis van de Nederlandse samenleving centraal staan. Denk aan het Wilhelmus en de vlag, onze feestdagen en de nationale dodenherdenking.

– Wie geen inburgeringscursus wil volgen, krijgt geen uitkering.

– De mogelijkheid van een dubbele nationaliteit wordt beperkt tot gevallen waarin het opgeven van de herkomstnationaliteit onmogelijk is.

– Om de leefbaarheid van wijken te vergroten krijgen gemeenten bij sociale huurwoningen ook de bevoegdheid om niet-Westerse allochtonen te spreiden.

– De verblijfsvergunning vervalt als tijdens de eerste jaren van het verblijf een ernstig strafbaar feit wordt gepleegd. Dat moet ook zo zijn als meerdere keren sprake is van kleine delicten.

– De overheid biedt alleen ruimte voor erkenning van de christelijke en nationaal erkende feestdagen.

SGP over islam:

Uit de Terrorisme-paragraaf:
De uiterst bloedige aanslagen in Parijs en Brussel laten zien dat de strijd tegen het islamitisch terrorisme niet alleen in Syrië en Irak gevoerd moet worden, maar ook hier. Barbaarse (zelfmoord)aanslagen op totaal onschuldige burgers laten zien dat we overal uiterst kwetsbaar zijn.
Iedereen loopt gevaar! Geradicaliseerde jihadstrijders blijken eenvoudig weer naar Europa terug te kunnen keren. Ze worden niet overal goed geregistreerd, laat staan in de gaten gehouden. Dat moet dus anders. Maar dat kan alleen als er extra geld wordt uitgetrokken en als alle betrokken landen hun informatie gaan delen.

Opsporing
– De veiligheidsdiensten (o.a. de AIVD) doen ontzettend belangrijk werk. Voldoende bevoegdheden voor deze diensten zijn dan ook noodzakelijk. Ook is het voor de continuïteit belangrijk dat zij een meerjarig, stabiel budget hebben.

– Veiligheid is van groot belang, en als het noodzakelijk is voor de bescherming van mensenlevens moet de privacy daar voor wijken, uiteraard alleen binnen de grenzen van de (Grond)wet. In de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten moet daarom meer ruimte komen voor het onderscheppen van informatie.

– De samenwerking tussen de (Europese) veiligheidsdiensten, politie en justitie moet versterkt worden. Als een ‘Syriëganger’ terugkomt, moet hij meteen worden vastgezet voor onderzoek. De grenzen van Nederland moeten – in samenwerking met de buurlanden – beter worden
bewaakt. Daarbij moet intensiever gebruik worden gemaakt van mobiele controles. Kost dat meer, dan moet er meer geld voor worden uitgetrokken.

– Wijkagenten zijn buitengewoon goed in het signaleren dat bepaalde jongeren (gaan) radicaliseren. Dat is een extra reden voor meer wijkagenten.

– Om de nationale veiligheid zo goed mogelijk te kunnen beschermen moeten er aanvullende bestuurlijke maatregelen (kunnen) worden genomen, zoals een gebieds- of contactverbod.

Straffen
– Het moet strafbaar zijn om uit te reizen naar een gebied dat in handen is van een terroristische organisatie. Hierdoor is het mogelijk een terugkerende strijder op te pakken en te vervolgen.

– Wie zich schuldig maakt aan terroristische misdrijven, verliest – bij bezit van een dubbele nationaliteit – het Nederlanderschap. Omdat staatloosheid niet mogelijk is, moet de Nederlandse nationaliteit bij mensen met een Nederlandse nationaliteit zoveel mogelijk worden ‘uitgekleed’. In ieder geval verliest zo iemand het kiesrecht, het recht om ambtenaar te zijn en alle rechten op welke uitkering dan ook. De rechter kan hiervoor een termijn bepalen.

– Wie (terroristisch) geweld goedpraat en/of verheerlijkt (dat kan bijvoorbeeld óók door het dragen van vlaggen van IS of Hamas) moet daarvoor kunnen worden veroordeeld.

Uit de Immigratie en integratie-paragraaf:

Binnen de islam blijken haat en geweld welig te tieren. De afschrikwekkende kanten van de islam staan de afgelopen jaren vooral door het optreden van IS op het netvlies gebrand. Die werkelijkheid komt door terreuraanslagen wel héél dichtbij. Helaas zijn we daar de afgelopen jaren veelvuldig mee geconfronteerd. Met name jongeren lopen het risico om te radicaliseren. De regering kan dan natuurlijk niet weg kijken. Essentieel is dat de veiligheidsdiensten voldoende slagkracht hebben en houden, als het kan in goed overleg met moslims die aan de goede kant staan. De overheid mag, sterker nog, móet oog hebben voor het onderscheid dat er is tussen godsdiensten. Blind en onhistorisch gelijkheidsdenken doet geen recht aan de werkelijkheid. Islamitische praktijken die haaks staan op onze wetten worden niet getolereerd. Sharia moeten we hier natuurlijk al helemáál niet hebben.

– In de zorg, het onderwijs en het openbaar vervoer wordt het dragen van gezichtsbedekkende kleding verboden.

– Tegen ophitsende predikers en ‘haatimams’ moet strafrechtelijk worden opgetreden.

– Het Openbaar Ministerie moet vragen om een verbod van organisaties die herhaaldelijk haatzaaiende of geweldsverheerlijkende predikers uitnodigen.

– De overheid moet er óók op toezien dat het niet-reguliere islamitisch onderwijs geen broedplaats is van radicalisering.

– Als een Nederlander met een dubbele nationaliteit naar IS-gebied reist en/of deelneemt aan een terroristische organisatie, dan zal deze zijn/haar Nederlandse nationaliteit per definitie moeten verliezen.

– Polygamie mag in Nederland niet worden erkend.

– Gebedsoproepen vanaf moskeeën moeten worden tegengegaan. Gebedsoproepen mogen niet worden gelijkgeschakeld met klokgelui, omdat deze oproepen het uitspreken van een geloofsbelijdenis bevatten.

– Bij de bouw van moskeeën en minaretten mag van gemeenten verwacht worden dat ze de uitstraling op de publieke ruimte tot een minimum zullen beperken.

– Er zijn organisaties in Nederland die worden gefinancierd door ronduit extremistische groepen in het buitenland. Dat moet verboden worden. Overtreding van dat verbod dient te leiden tot het bevriezen van hun tegoeden en strafrechtelijke vervolging.

– Wetgeving mag de overkomst van voorgangers en kerkelijke werkers vanuit zusterkerken in het buitenland alsook de financiering van (migranten)kerken in Nederland door bonafide buitenlandse organisaties of kerken niet belemmeren.

Antisemitisme
Joden zijn telkens weer het mikpunt van spot en agressie. Helaas moeten we constateren dat het antisemitisme in Europa en Nederland groeit. Veel Europeanen blijken te leven met verwrongen beelden over Joden en de Holocaust. Die opvattingen kunnen op gevaarlijke wijze een eigen leven gaan leiden. Ook zijn de afgelopen jaren weer verschillende aanslagen op Joodse doelen gericht. De overheid moet er alles aan doen om de veiligheid van Joodse burgers te waarborgen.

– De overheid accepteert niet dat er op scholen problemen zijn bij het aan de orde stellen van de Holocaust. Als problemen op de school blijven bestaan, is het zaak dat de onderwijsinspectie ingrijpt.

– Bij de inburgering en de Nationale dodenherdenking moet nadrukkelijk stil worden gestaan bij de gruwelen van de Holocaust en het hardnekkige kwaad van antisemitisme.

– Wanneer personen of zenders Jodenhaat aanwakkeren, ook internationaal, treedt Nederland op om dat aan de kaak te stellen en maatregelen te nemen.

– Nederland en de Europese Unie moeten ervoor zorgen dat geen subsidie wordt verstrekt om antisemitische Palestijnse schoolboeken te maken en te verspreiden.

Bron: Verkiezingsprogramma SGP.


De SP over immigratie:

Het woord ‘immigratie’ (of ‘immigranten’) komt in het verkiezingsprogramma van de SP niet voor.

De SP over integratie:

Uit: Niet langs elkaar heen, maar samen leven:

1 GELIJKE RECHTEN VOOR ALLE NEDERLANDERS

Ons land is gebouwd op gedeelde waarden, van vrijheid en solidariteit. We spreken elkaar aan op wat we doen en niet op onze sociale klasse of etnische afkomst, geslacht of seksuele voorkeur, of religieuze achtergrond. In het integratiebeleid hoort niet de groep waartoe iemand zou behoren centraal te staan, maar de capaciteiten die mensen hebben en de bijdrage die zij leveren aan de samenleving. Discriminatie en racisme in het onderwijs, bij de politie, op de arbeidsmarkt en elders bestrijden we op alle mogelijke manieren.

2 We moderniseren artikel 23 van de Grondwet. Alle scholen dienen bij te dragen aan de integratie, het is onacceptabel als scholen leerlingen weigeren, omdat ze niet bij de grondslag van de school zouden passen. Scholen die zich op deze manier bewust isoleren, kunnen hun bekostiging kwijtraken.

3 We bestrijden de tweedeling en segregatie op school en in de buurt, bijvoorbeeld door woningen te bouwen van verschillende prijsklassen. In rijkere gemeenten en buurten wordt ook voldoende ruimte gemaakt voor de huisvesting van nieuwkomers. Zo voorkomen we dat vluchtelingen onevenredig vaak terechtkomen in buurten waar veel problemen zijn.

4 De arbeidsinspectie krijgt meer middelen en mogelijkheden om discriminatie op de arbeidsmarkt aan te pakken. We benoemen en veroordelen bedrijven die discrimineren. We accepteren geen loondiscriminatie of discriminatie op andere gronden.

5 Overheidsorganisaties moeten zoveel mogelijk een goede afspiegeling zijn van de samenleving. Zij voeren actief beleid en stellen concrete doelen om dit te bereiken. In hun jaarverslag leggen zij daarom verantwoording af over het gevoerde diversiteitsbeleid voor vrouwen, mensen met een arbeidsbeperking, migranten en lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgenders en intersekse personen (lhbti-ers).

6 In artikel 1 van de Grondwet wordt expliciet gemaakt dat discriminatie op grond van seksuele geaardheid, leeftijd en handicap niet is toegestaan. We maken vaart met de uitvoering van het VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking.

7 Het Fries als officiële taal wordt verankerd in de Grondwet.

8 Voor een goede integratie krijgen migranten en statushouders zo snel mogelijk onderwijs in taal en inburgering, met bijzondere aandacht voor de vrijheden en de grondwettelijke rechten en plichten die we in ons land kennen. Er komt een specifiek integratiebeleid voor mensen met een grote achterstand tot onze samenleving, zodat problemen als taal en werkloosheid, maar ook zaken als eer gerelateerd geweld worden aangepakt.

9 We stoppen de ongewenste beïnvloeding van Nederlanders vanuit bijvoorbeeld Eritrea, Marokko en Turkije, door samenwerking met organisaties die een verlengstuk zijn van de regeringen van deze landen van herkomst uit te sluiten.

10 In het integratiebeleid wordt niet samengewerkt met radicale organisaties (zoals die van salafisten) die in hun uitingen en optreden de integratie van mensen in onze samenleving frustreren of die zich richten tegen onze fundamentele waarden van vrijheid en democratie.

11 Taal- en inburgeringsonderwijs laten we niet over aan de markt. Dit onderwijs wordt laagdrempelig, gratis en toegankelijk georganiseerd, in de buurt, op scholen en op het werk. Ook komt er extra taalonderwijs bij de publieke omroep, via tv, radio en internet.

12 In het voortgezet onderwijs komt meer aandacht voor filosofie en geschiedenis, religie en levensbeschouwing, waarbij leerlingen kritisch leren nadenken over hun eigen achtergronden en leren omgaan met andersdenkenden. p. 25-26

De SP over islam:

Zie punt 10 onder integratie. Het woord ‘islam’ komt in het verkiezingsprogramma van de SP niet voor.

Bron: Verkiezingsprogramma SP. [PDF]


50Plus over immigratie:

Immigratie en integratie

– 50PLUS staat voor een streng, rechtvaardig en humaan vreemdelingenbeleid.

– Economische vluchtelingen en uitgeprocedeerde asielzoekers worden teruggestuurd naar het land van herkomst.

– Nederland neemt een beperkt aantal vluchtelingen op, naar rato verdeeld over de landen van Europa en op basis van de bevolkingsdichtheid.

– Het Nederlandse paspoort wordt pas aan nieuwkomers verstrekt na een termijn van tien jaar, een gemeentelijk ‘bewijs van goed gedrag’, goede beheersing van de Nederlandse taal en een af te leggen verklaring over de Nederlandse Grondwet.

– Introductie van een ‘nieuwkomersverklaring’ (net als in België).

– Meer controle Nederlandse grenzen en betere bewaking Europese buitengrenzen.

– Bestrijden van mensensmokkel door strengere straffen.

– Duidelijke voorlichting in landen van herkomst over de beperkte mogelijkheden in Nederland.

– 50PLUS wil zoveel mogelijk opvang van vluchtelingen in de regio.

– 50PLUS is, daar waar het kan, tegen een dubbele nationaliteit.

50Plus over integratie:

Zie het kopje hierboven.

50Plus over islam:

Het woord ‘islam’ komt niet voor in het verkiezingsprogramma van 50Plus.

Bron: Verkiezingsprogramma van 50Plus. [PDF]


VVD over immigratie:

De afgelopen jaren is Nederland getuige van een grote migratiestroom richting Europa. Tienduizenden mensen die na betaling van mensensmokkelaars op gammele bootjes stappen, op zoek naar een beter leven. Mensonterende taferelen. Bij aankomst in Europa reizen deze mensen begrijpelijkerwijs door naar de plek waar zij verwachten een goed leven te kunnen vinden. Deze migratiegolf is niet voorbij. De wereldbevolking groeit de komende decennia namelijk explosief, vooral in het Midden-Oosten en in Afrika. Velen zullen ook op zoek gaan naar betere (economische) omstandigheden. Ons land voelt daar nu al dagelijks de consequenties van. Niet alleen zien wij dat er een einde komt aan de hoeveelheid opvangplekken die gemeenten kunnen organiseren, ook op andere vlakken zien wij dat het einde van de draagkracht van onze samenleving in zicht is. Het gevoel van onbehagen groeit en de druk op onze sociale voorzieningen is groot. Wij kunnen maar een beperkt aantal mensen een echte toekomst bieden. En we kunnen hier niet alle problemen van de wereld oplossen. Het huidige migratiesysteem is dan ook onhoudbaar.

– Iedere vluchteling heeft recht op een veilig heenkomen, maar dat hoeft niet per definitie binnen Europa te zijn. We willen niet langer machteloos toekijken hoe mensen dagelijks verdrinken in de Middellandse Zee. Daarom zorgen we voor voldoende veilige en goede opvang in de regio zelf, zodat we asielaanvragen in Europa overbodig maken. Dit betekent wel dat we moeten investeren in betere en duurzame opvang in die regio. Het geld dat we nu aan opvang in Europa uitgeven, kunnen we daar veel efficiënter besteden. Zo helpen we levensgevaarlijke routes van mensensmokkelaars en problemen in onze eigen samenleving te voorkomen.

– Het creëren van adequate opvang in de regio biedt een oplossing voor vluchtelingen die bescherming nodig hebben. Om die oplossing ook duurzaam te maken, zullen de landen waar deze opvang wordt geboden vluchtelingen de mogelijkheid moeten bieden een (tijdelijk) bestaan in hun land op te bouwen. Ontwikkelingshulp, handelsovereenkomsten, verdragen en visaverstrekking zullen worden ingezet om zowel de uitvoering van dit beleid te ondersteunen als de medewerking eraan te verzekeren. Uiteraard is alles erop gericht om mensen zo snel als het kan naar het land van herkomst te laten terugkeren.

– Wij willen controle krijgen over de migratiestromen. Met adequate opvang in de regio maken we asielaanvragen in Europa overbodig voor mensen van buiten Europa. Met die aanvragen willen we dan ook stoppen. Wel kunnen we in extreme situaties inspringen door vluchtelingen uit te nodigen om zich in Europa te vestigen. Zo houden we regie op de instroom.

– Voorkomen moet worden dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen het slachtoffer worden van slechte keuzes van hun ouders of van mensensmokkelaars. Daarom willen we dat zij zo snel mogelijk worden herenigd met hun familie in het land van herkomst, of worden ondergebracht in een opvangvoorziening in het land van herkomst.

– Zolang er nog asiel kan worden aangevraagd in Europa, willen we het stapelen van asielaanvragen stoppen. Dat doen we door ervoor te zorgen dat herhaalde aanvragen verkort worden afgedaan en het beroep niet in Nederland mag worden afgewacht. Hoger beroep bij herhaalde aanvragen willen we afschaffen. Verblijf in Nederland kan zo niet worden gerekt. Gemeenten die uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen toch opvang bieden en daarmee deze mensen valse hoop geven moeten hiervoor een boete krijgen.

– Asielzoekers moeten zo snel mogelijk uitsluitsel krijgen over hun aanvraag. Asielzoekers die te horen hebben gekregen dat zij niet in Nederland mogen blijven, moeten zo snel mogelijk terugkeren naar hun land van herkomst. Voor migranten uit veilige landen is hier geen plek. Daarom moeten we ervoor zorgen dat landen hun eigen onderdanen ook daadwerkelijk terugnemen. Ook medewerking hieraan kunnen we als voorwaarde stellen bij ontwikkelingshulp, handelsrelaties en het sluiten van verdragen. Ook willen we in EU-verband gezamenlijk landen onder druk zetten.

– Wij accepteren niet dat mensen die zelf op de vlucht zijn voor geweld in eigen land, zich hier in opvanglocaties schuldig maken aan discriminatie, pesterijen en bedreigingen. Kwetsbare groepen zoals homoseksuelen en christenen moeten hiertegen worden beschermd. Door de daders apart te zetten en niet de slachtoffers. Tegen de daders wordt aangifte gedaan. Zij worden in een streng, sober regime geplaatst en er wordt, waar mogelijk, versneld aan hun vertrek gewerkt. De kernwaarden van onze maatschappij en de vrijheden waarvoor wij staan moeten vanaf het begin duidelijk zijn. Zo beschermen we de slachtoffers en maken we duidelijk welk gedrag we in Nederland niet accepteren.

– Iedereen beseft hoe moeilijk het is als een gezin met kinderen te horen heeft gekregen dat het niet in Nederland mag blijven. Maar als dit na een zorgvuldige procedure toch het oordeel van de rechter is, dan is het in het belang van de kinderen om terug te keren en een toekomst op te bouwen in het land van herkomst. Het is niet in hun belang om in Nederland in de illegaliteit te leven. Wij willen ervoor zorgen dat in de toekomst zo min mogelijk gezinnen in deze situatie terechtkomen. Dan past het niet om een regeling te hebben waardoor gezinnen de hoop houden dat zij een vergunning kunnen krijgen, als zij maar lang genoeg met kinderen een illegaal bestaan leiden in Nederland. Daarom willen we de regeling kinderpardon afschaffen.

– Uitgeprocedeerde asielzoekers zijn geen vluchtelingen. Zij hebben alle procedures doorlopen, zijn definitief afgewezen en moeten daarom Nederland verlaten. Dit zijn uitspraken van Nederlandse rechters waar zij, net als iedereen, naar moeten luisteren. Ook gemeenten moeten hier gehoor aan geven, door gemeentelijke opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen te beëindigen. Gemeentelijke opvang neemt de prikkel voor vertrek weg en geeft een verwarrend signaal af. Het is niet eerlijk om deze mensen valse hoop te bieden. Zij hebben er zelf voor gekozen om naar Nederland te komen en het is ook hun verantwoordelijkheid om weer te vertrekken. Deze verantwoordelijkheid mag niet worden afgeschoven op de samenleving. Het is ontoelaatbaar dat rechterlijke uitspraken worden genegeerd door overheden.
Wij willen ervoor zorgen dat mensen die geen echte vluchteling zijn en mensen die hier illegaal verblijven ook echt ons land verlaten. Daarom willen we illegaal verblijf – en het faciliteren daarvan – strafbaar stellen. Zo kunnen we voorkomen dat bijvoorbeeld gemeenten toch opvang bieden en op die manier verkeerde verwachtingen scheppen en tegenstrijdige signalen afgeven aan deze mensen over hun kansen in Nederland.

– Het kan natuurlijk voorkomen dat de liefde van je leven geen Nederlander is, maar dat je wel in Nederland wilt gaan samenwonen. Dat heeft alleen zin als je partner ook volwaardig gaat deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Daarom stellen we een aantal eisen aan zijn of haar leeftijd, inkomen, taalbeheersing en inburgering. Wij verwachten ook dat hij of zij zich heeft verdiept in Nederland en positief tegenover onze samenleving staat. In EU-verband willen we regelen dat deze eisen worden aangescherpt en dat het niet voldoen aan de eisen leidt tot afwijzing of intrekking van de verblijfsvergunning. Het moet onmogelijk worden om de Nederlandse regels op het gebied van gezinshereniging te omzeilen door verblijf in een andere EU-lidstaat. (p.20-21)

VVD over integratie:

Onze samenleving is gebouwd op de Verlichting en liberale tradities die hebben geleid tot een vrije en tolerante samenleving. Een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is, ongeacht je geslacht, seksuele geaardheid of geloof. Waarin je het recht hebt om zelf te beslissen over zaken van leven en dood, zoals abortus of euthanasie. Een samenleving waarin tolerantie naar andersdenkenden de norm is en kerk en staat gescheiden zijn. Waarin je kunt kiezen welk geloof je wilt belijden, en ervoor kunt kiezen om niet te geloven. Wij staan voor een samenleving waarin iedereen meedoet. Iedereen, of je nu christen, jood, moslim, atheïst of boeddhist bent. Of je hier nu wel of niet geboren bent. Als je onze vrijheden omarmt, dan hoor je er gewoon bij. Dan word je een onderdeel van ons, van Nederland. Zo zijn er in Nederland heel veel migranten die hun eigen weg hebben gevonden en zijn geïntegreerd in onze samenleving. Dat hebben mensen zelf gedaan. Zij hebben de kansen gegrepen die Nederland biedt. Wij vinden dat we dat ook mogen verwachten. Net zoals zij mogen verwachten dat discriminatie altijd wordt bestreden.

– Een geslaagde inburgering is de sleutel naar een volwaardige plek in de Nederlandse samenleving. Voor volwassen migranten, maar ook voor hun kinderen. De wil om in te burgeren kan alleen vanuit mensen zelf komen, niet vanuit de overheid. Wij zien inburgering daarom ook als de eigen verantwoordelijkheid van nieuwkomers. Zij moeten het dus ook zelf betalen, niet de Nederlandse belastingbetaler. Wel is er een sociaal leenstelsel beschikbaar.

– Inburgering van nieuwkomers zorgt ervoor dat zij zo goed mogelijk hun weg vinden in onze samenleving. De taal leren. Aan de slag kunnen. Dat voorkomt hoge druk op onze sociale voorzieningen. Wij kunnen het ons niet veroorloven dat grote groepen nieuwkomers niet kunnen meekomen in onze maatschappij en bijvoorbeeld in een uitkering terechtkomen. Aan nieuwkomers mogen daarom eisen worden gesteld. En als zij zich niet aan die eisen houden, willen we dat daar ook consequenties aan worden verbonden. Nieuwkomers die verwijtbaar niet voldoen aan hun inburgeringsplicht, laten zien dat zij geen deel uit willen maken van onze samenleving. Wij vinden het logisch dat dit consequenties heeft. Zoals het verliezen van de verblijfsvergunning, geen sterkere verblijfsstatus kunnen krijgen, geen Nederlander kunnen worden of geen uitkering meer krijgen.

– Wie de Nederlandse taal beheerst, heeft een betere kans om een bestaan in ons land op te bouwen. Wij vinden het daarom vanzelfsprekend dat nieuwkomers er zelf voor zorgen dat zij Nederlands leren spreken, verstaan, lezen en schrijven. Wie geen inspanning levert om onze taal te leren, krijgt geen bijstandsuitkering.

– Het Nederlanderschap is een groot goed, iets om trots op te zijn. Een status die rechten en plichten met zich meebrengt. Om Nederlander te worden, moet je een substantiële periode in Nederland hebben verbleven en die periode hebben gebruikt om in de samenleving te integreren. Hier wordt nog onvoldoende aan voldaan. Mensen die niet of nauwelijks aan onze samenleving hebben bijgedragen, kunnen nu toch Nederlander worden. Wij vinden dat je het Nederlanderschap moet verdienen en daarom willen we de voorwaarden aanscherpen. De termijn voor naturalisatie moet worden verlengd naar tien jaar. Een (te groot) beroep op een uitkering moet bovendien een reden kunnen zijn om het verzoek tot naturalisatie af te wijzen. Verder moet het openbare-orde-criterium worden aanscherpt, ook voor minderjarigen die ernstige misdrijven hebben gepleegd.

– Integreren betekent dat je je aanpast aan de maatschappij, aan haar normen en waarden. In onze samenleving vinden wij het van belang dat we elkaar open tegemoet treden. Een boerka of een bivakmuts verhindert dat. Het geeft mensen een gevoel van onveiligheid als ze niet weten wie ze tegenover zich hebben. In de openbare ruimte staat het belang van veiligheid en elkaar open tegemoet treden voorop. Daarom willen wij een algeheel verbod op gezichtsbedekkende kleding in het openbaar.

– Onze kernwaarden mogen niet onder druk komen te staan door aanvallen vanuit islamitischextremistische hoek. Daarom willen we haatpredikers van binnen en buiten de Europese Unie weren uit Nederland. Een zwarte lijst kan daaraan bijdragen. Ook willen we dubieuze buitenlandse financieringsstromen naar religieuze instellingen in Nederland aanpakken. Datzelfde geldt voor dergelijke stromen naar andere organisaties die haaks staan op de fundamentele vrijheden in Nederland. Inwoners van ons land moeten zich altijd veilig kunnen onttrekken aan hun (geloofs-)gemeenschap. De overheid zorgt ervoor dat ook afvalligen beschermd worden tegen bedreiging en indoctrinatie van (religieuze) groepen.

– Daarnaast mag religie nooit een rechtvaardiging zijn voor de ondermijning van onze vrije liberale samenleving. De vrijheid van godsdienst is een essentiële pijler van ons land en staat niet voor niets in de grondwet. Dit betekent echter niet dat we toestaan dat mensen onder de noemer van godsdienstvrijheid onze samenleving ontwrichten. Religieuze genootschappen hebben nu een wettelijke uitzonderingspositie, waardoor zij niet verboden kunnen worden. Wij willen dat religieuze genootschappen die de democratie ondermijnen, als uiterste maatregel, wel degelijk verboden kunnen worden.

VVD over islam:

Door jihadisten hun Nederlandse paspoort af te pakken. (p. 7)

Maar vandaag de dag worden onze vrijheid, veiligheid en welvaart ook bedreigd door een gebrek aan internationale orde en stabiliteit. We zien directe aanvallen vanuit islamitisch-extremistische hoek, zoals de vreselijke aanslagen in Parijs, Brussel en Nice. Aanslagen die zorgen voor een groot gevoel van onveiligheid en onrust, omdat we beseffen dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is. Wij willen dat iedereen in Nederland veilig is op straat, op school en in zijn eigen huis en dat iedereen zich ook echt veilig voelt. De vrije samenleving die wij graag willen, is alleen mogelijk in een veilig land. (p. 12)

– Aanslagen zijn ook in Nederland niet honderd procent te voorkomen, maar we moeten er wel alles aan doen om daar zo dicht mogelijk bij in de buurt te blijven. Ook in onze samenleving zijn er mensen die mee willen doen aan de jihad. Mensen die naar het Midden-Oosten willen reizen om te vechten, houden we tegen. Zo voorkomen we dat we onze vijanden sterker maken, dat ze ver van ons bed onschuldige mensen vermoorden en dat ze onze militairen aanvallen. Maar we voorkomen daarmee bovenal dat ze goed getraind en dus nog gevaarlijker terugkomen. Om aanslagen te voorkomen, pakken we bovendien uitkeringen, paspoorten en verblijfsvergunningen van jihadgangers af en pakken we ronselaars aan. (p. 13)

– Het uitreizen naar het buitenland, met als doel het plegen van of het bijdragen aan een terroristisch misdrijf, moet strafbaar worden. Wie zich aansluit bij een terroristische organisatie, verliest het recht om Nederlander te zijn. We trekken dan het Nederlanderschap in, of iemand nu strafrechtelijk veroordeeld is of niet. Strijders die terugkeren, willen we bovendien meteen opsluiten. Hier moet wel een rechtsbasis voor zijn. Bijvoorbeeld door vrijwillig verblijf op terroristisch grondgebied strafbaar te stellen, daarbij maken we dan uitzonderingen mogelijk voor bijvoorbeeld journalisten of hulpverleners. Voorop moet staan dat de haat van de jihad nooit een vaste plek in de Nederlandse samenleving verovert. (p. 13)

– Dag in dag uit werken onze veiligheidsdiensten aan het voorkomen en terugdringen van radicalisering, jihadisme en terrorisme in Nederland. Ook in het kader van cybersecurity doen ze heel belangrijk werk. De bevoegdheden van de veiligheidsdiensten moeten aangepast worden aan nieuwe technologische ontwikkelingen en communicatiemiddelen, zodat zij dat belangrijke werk ook in de toekomst kunnen blijven doen. De diensten zijn de afgelopen jaren al op een aantal punten flink versterkt. Als de omstandigheden veranderen en daar toe nopen, moet er extra geld naar onze veiligheidsdiensten. De Nederlandse veiligheid staat immers altijd voorop. (p. 14)

Bron: VVD verkiezingsprogramma 2017 – 2021.


Reacties