Nietzsche schreef dat de geschiedenis bestaat uit een keten van genieën, die van bergtop tot bergtop met elkaar communiceren en aldus de schatkist van de geschiedenis bouwen. Ook Gerard Reve zit op een van die bergtoppen. Op verschillende momenten heeft hij zich uitgelaten over de schrijvers en dichters die hij op de hem omringende bergtoppen zag.

In de verantwoording van zijn Verzamelde gedichten (2012) noemt Reve de dichters die hem hebben beïnvloed.

Door wie ben ik beïnvloed? Om die vraag te beantwoorden, kan ik het beste noemen wat in het binnen- en buitenlandse repertoire mijn voorkeur heeft: in het Nederlandse taalgebied: Vondel, Revius, Gorter, Van Ostaijen, Slauerhoff, Bloem, Vasalis, Minne en Den Brabander, om er enkelen te noemen; van de buitenlandse dichters Silesius, Heines Matratzengruft, de korte lyriek van Goethe, in Frankrijk Baudelaire, in Engeland Milton, wiens beroemde sonnet Upon His Blindness ik ontelbare malen te vergeefs geprobeerd heb te vertalen; en, niet te vergeten, in Amerika, Poe. En recentelijk, want ik kwam pas een jaar of tien geleden in kennis met zijn werk, de Griekse dichter Kavafis. [p. 128]

 

Tijdens een interview met Tom Rooduijn komen ze te spreken over Reve’s inspiratiebronnen in de literatuur.

De auteur die ik altijd het meest heb bewonderd, is Toergenjev. Vaders en zonen en andere romans en pretentieloze verhalen over het leven. Door het genie van die man is dat allemaal buitengewoon mooi gecomponeerd. Een mooie taal, zonder bedachte, valse vergelijkingen. Ik heb altijd geprobeerd te schrijven als Toergenjev, maar het is me nooit gelukt.

Belangrijk voor hem was ook Under the Vulcano van Malcolm Lowry, verschenenen in 1947. ‘Dat is welwilend besproken en daarna dertig jaar genegeerd. Het heeft me geïnspireerd tot het schrijven van Bezorgde Ouders. Wat de poëzie betreft: er zijn beelden bij Slauerhoff die mij troffen. En ideeën en beelden van Bloem, hoewel ik de traditionele dicht- en sonnetvorm niet ken. Maar mijn poëzie heeft wel ritme en structuur.’

Reve verklaarde dat hij van het ‘berijmd dichten afzag’ na het lezen van de bundel Paradise Lost van de Engelsman John Milton, ‘de grote dichter van het volk dat zijn cultuur nog niet verloren heeft.’ Milton werd tot het werk geïnspireerd door Vondels Adam in ballingschap. ‘In de zeventiende eeuw was het Nederlands een wereldtaal. Milton schrijft een poëzie met een voortschrijdend geluid, als van een bezwerende mars. Alle poëzie moet bezwerend zijn. Voor zover ik Franse poëzie heb gelezen, is Baudelaire de enige waar ik iets aan vind, door het bezwerende, absolute karakter. Milton verdedigde zich voor het feit dat hij niet altijd rijmde. An Affliction of a Barbaric Age noemde hij dat, de ziekte van een barbaars tijdvak.’

[Uit: Revelaties. Gerard Reve over zijn Werk & Leven (2002) p. 82-3.]

 

Reacties