Epicurus – Over de natuur en het geluk
Groningen: Historische Uitgeverij (1998)
Vertaling: Keimpe Algra

Dit werkje in de serie Filosofie & retorica bevat ongeveer 99% van de restanten van de door Epicurus geschreven boeken. De rest is óf simpelweg niet overgekomen, óf vernietigd door diegenen die in de loop van de geschiedenis het bestaan van een naturalistische, atheïstische hedonistiek niet konden dulden, want echt immens populair is Epicurus [geheel onterecht natuurlijk] nooit geweest. In zijn befaamde Tuin had hij anno 300 v. Chr. een klein clubje volgelingen om zich heen verzameld die zich wel in zijn standpunten in konden leven en “(…) tegelijkertijd lachen en filosoferen en het huishouden bestieren en onze overige bezittingen gebruiken, en nooit ophouden de woorden van de juiste filosofie te spreken.” [SV 41]

Naast een uitstekende en zeer uitgebreide inleiding (van 65 p. – tegenover ongeveer 80 p. door Epicurus geschreven teksten) van Algra, bevat dit boek de drie door Diogenes Laertius vrijwel intact overgebrachte Brieven aan… de [ook weer dankzij Diogenes overgeleverde] Authentieke Leerstellingen [RS] en de Vaticaanse Leerstellingen [SV] (in 1888 in een boek afkomstig uit de bibliotheek van het Vaticaan opgediept).

De Brief aan Herodotus geeft Epicurus’ fysica weer [zijn atoomleer*, zijn epistemologie, zijn kosmologie, zijn philosophy of mind], en de Brief aan Pythocles zijn meteorologie, waarin hij ook stelt dat degene die zich aan één theorie vastklampt en de andere verwerpt, “(…) alles wat natuurwetenschap is achter zich laat en vervalt tot de mythe.” **

De Brief aan Menoikeus geeft Epicurus’ door zijn fysica ondersteunde ethiek weer. Deze kan alleen goed begrepen worden met in het achterhoofd Epicurus’ definitie van lust, te weten – “(…) een toestand, waarin het lichaam geen pijn heeft en de ziel niet verontrust wordt.”

Dit begrip van lust is de lust die bedoeld wordt in Epicurus’ hedonisme. Het streven naar geluk, naar genot, is volgens Epicurus het sine qua non van het menselijk leven, dat ten volle moet worden omarmt. Angst voor de dood is niet nodig omdat er geen hel is om naartoe te gaan, in werkelijkheid is de dood niets, de ontbinding van de atomen waar je lichaam uit bestaat, en aangezien je als je dood bent niets waar kunt nemen, is er ook niets om bang voor te zijn. In tegenstelling tot de moderne notie van hedonisme pleit Epicurus voor iets dat daar radicaal tegenovergesteld aan is- het meest wordt van overvloed genoten door mensen die er het minst behoefte aan hebben, en door je [niet altijd] te wennen aan een sobere levensstijl draag je bij aan je gezondheid en ‘train’ je voor slechtere tijden, waardoor je ook minder bang voor het toeval hoeft te zijn.

Ook de RS en SV zitten vol met mooie wijsheden, oneliners en diepe gedachtegangen. Epicurus heeft het hierin onder andere weer over zijn ethiek, zijn hedonisme, veiligheid, wijsheid, verschillende soorten verlangens, de genealogie van het recht en rechtvaardigheid (Epicurus heeft een Hobbesiaanse notie [of omgekeerd- Hobbes heeft een Epicureïsche notie] – ‘recht is een afspraak’, en ‘niet iets dat op zichzelf staat, maar het is telkens een verdrag’), psychologische ideeën, vriendschap, en het aan sociale interactie voorafgaande egoïsme.

“Epicurus is iemand die heel lang geleden bijna alles wat belangrijk is al heeft bedacht.”

Kortom, zoals mijn vader het formuleerde, Epicurus is iemand die heel lang geleden bijna alles wat belangrijk is al heeft bedacht.

In de boekhandel nog geen € 25,00, eigenlijk natuurlijk een schijntje voor een zo mooi uitgevoerd, gebonden, boek, dat het gehele oeuvre van Epicurus bevat. Voor de pocket-liefhebbers is er ook nog De grondbeginselen van het goede leven die uittreksels van bovenstaande bevat.

* Zie voor een vergelijking van Leucippus’/Democritus’/Epicurus’/Lucterius’ atoomleer met de moderne het hoofdstuk ‘Quantum Theory and the Roots of Atomic Science’, uit de bundel Physics and Philosophy van Werner Heisenberg.

* Zie voor een overzicht van het continuüm dat bij de antieke ideeën m.b.t. het atomisme begint en bij de moderne opvattingen eindigt The Birth of Reason van Louis Dudek.

** Op de op het 1e gezicht treffende overeenkomst tussen dit citaat en Popper’s ideeën gaat Algra in de inleiding in.

Reacties