KIESPIJN – Een Zevenluik
I – Maandagnacht
Verkeerd verbonden
Ten einde raad
bel ik diep in de nacht naar een verkeerd nummer
een verkeerde vrouw, van een verkeerde instelling,
neemt op
groet,
hoort mijn verhaal aan
en kan mij geen adviezen geven,
maar ze luistert en wenst mij sterkte.
Bedankt!
II – Dinsdag
Mijn opgeblazen tand
herinnert aan een oude oorlog
een etterende loopgraaf
die is gedempt (als de put waar iemand verdronken is)
nu ben ik weer scherp,
van de verdovende middelen bevrijd
attentief
staan mijn oren er weer na
kan ik vooruit denken
weer lezen, weer groeien
hopelijk is dat morgen waar.
III – Dinsdag
terwijl je door hoog-catharijne loopt
merk je dat je je benen onwillekeurig
op de maat van de
-overigens verschrikkelijke-
muziek beweegt
lijden kent vele vormen
IV – Dinsdagavond
hoi! gefeliciteerd met je verjaardag
en,
het spijt me,
maar ik heb geen cadeautje voor je
ik ben de afgelopen dagen namelijk in de hel geweest
en daar verkopen ze geen cadeautjes
V – Woensdag
pijn
is de moeder van alle prioriteiten
de ultieme aandachtshoer
probeer haar maar te negeren
ze komt altijd onomstotelijk weer terug
probeer haar maar te ontzien
als je je ogen sluit
staat ze daar op je te wachten
het uitpraten is ook geen oplossing
ze communiceert directer dan taal
probeer haar maar lief te hebben
als je je omdraait steekt ze een dolk in je rug
een gouden dolk
want het is een verfijnde dame
VI – Woensdag
Als je je hartslag kan meten
aan het ritme
van je bonkende kies
dan weet je hoe laat
het is
VII – Woensdag
Met een zekere fascinatie
sla ik mijn eigen pijn gaande
het bonken, het steken, het prikken
de wrijving, de ijdele hoop
“Hoe ver kan iemand gaan?”
vraag ik me over mezelf af