Al in De verweesde samenleving (1995), maar zeker ook in De puinhopen van acht jaar Paars (2002) identificeerde Pim Fortuyn wat tegenwoordig als het partijkartel wordt bestempeld. Het partijkartel is, grofweg gezegd: het elitaire clubje partijleden dat de macht en baantjes onderling verdeelt en andersdenkenden actief buitensluit van zowel deelname aan hun clubje als ook aan het maatschappelijk debat. Uiteraard legt Fortuyn het beter uit. Lees daarom hieronder verder.

Analyse 1 | Het partijkartel als ‘monopolie op sleutelfuncties in het publieke domein’

Met de ontideologisering en vertechnocratisering oftewel professionalisering van de politiek is het thema leiding geven aan de samenleving, de vader- en de regisseursrol, buiten beeld geraakt. De politicus beschouwt zichzelf ook dikwijls als een professional: een ambtenaar. Bij een professional horen een loopbaan, een carriere en een organisatie waardoor de professional zich kan ontwikkelen. De organisatie bij uitstek is de politieke partij, die geëvolueerd is van een amateur-organisatie naar een professionele machine die politici rekruteert, vormt en plaatst in het publieke domein. Daar komt geen amateur en zeker geen publiek meer aan te pas. De selectie en plaatsing van kandidaten in het publieke domein is het monopolie van de professionele politieke partij. Hoge functionarissen in de staatsapparaten worden niet in de eerste plaats geselecteerd op hun bekwaamheid het ambt te kunnen uitoefenen, maar op hun politieke achtergrond, pas daarna spelen andere criteria een rol. Was vroeger een partijpolitieke achtergrond wel van belang, maar van een verzwegen belang, heden is voor een partijloze bureacraat geen topfunctie weggelegd in de bureaucratie.

Politieke partijen, en met name de wat grotere, hebben een zorgvuldig gekoesterd monopolie op sleutelfuncties in het publieke domein. Dat monopolie wordt niet of nauwelijks gecorrigeerd door publieke oordeelsvorming. Eens in de vier jaar mag de kiezer zijn stem uitbrengen, niet zozeer op een persoon alswel op een partij. Met het uitbrengen van zijn stem corrigeert hij niet het mechanisme van de politieke en bureaucratische functietoewijzing, maar corrigeert hij hooguit de partijpolitieke mix van deze toewijzing. Indien een dergelijk gesloten systeem maar lang genoeg voortbestaat, leidt dat als vanzelf tot incestueuze groepsvorming en uitsluiting van buitenstaanders. Dat wil zeggen, van al diegenen die zich niet aan het bestaande bestel conformeren, dan wel naar het oordeel van de groep daar niet in thuishoren. Dit stelselmatig uitsluiten van de buitenstaander, de andersdenkende en anders handelende, zorgt ervoor dat het systeem op den duur aan zichzelf ten onder gaat. Naar mijn oordeel verkeert het politieke bestel in Nederland reeds in deze situatie. Het is nog een kwestie van tijd en het zal aan zichzelf bezwijken. Alle retoriek kan niet verhullen dat de politieke partijen nauwelijks over leden beschikken en dat de afstandsbeleving tussen politiek en burger eerder toe- dan afneemt.

(…)

De enige oplossing voor dit dilemma is het goedschiks of kwaadschiks openbreken van dit gesloten politieke circuit, opdat er weer leiding kan worden gegeven aan belangrijke processen in de samenleving en opdat de vaderrol op het gebied van normen en waarden weer tot gelding kan worden gebracht. Dat openbreken zal niet door de zittende politieke kaste gebeuren, maar – zo leert de geschiedenis – door buitenstaanders. Het zal van de maatschappelijke omstandigheden afhangen, ook in internationaal, Europees verband, of dit een stille of hete revolutie zal zijn. Zeker is dat het een omwenteling zal zijn met heel grote gevolgen voor het functioneren van ons soort samenlevingen.

Pim Fortuyn – De verweesde samenleving (), vierde druk, p. 119-0

Analyse 2 | Het partijkartel als ‘volstrekt incestueus circuit van zichzelf benoemende politiek-bestuurlijke elite’

Een regering mogen we niet kiezen, een premier, een burgermeester, een commissaris van de Koningin ook al niet. Een vice-voorzitter van de Raad van State ook niet, een bestuur en voorzitter van de Algemene Rekenkamer ook niet, de ombudsman ook niet, al die besturen en voorzitters van die vele (bestuurs)schappen die ons land rijk is ook al niet, et cetera.

Eens in de vier jaar mag het stemvee, wij dus, opdraven om ons een gemeenteraad, provinciale staten of een Tweede Kamer te kiezen en daarna bepaalt de politiek-bestuurlijke elite van ons land wel hoe en in welke samenstelling wij worden geregeerd. De Eerste Kamer wordt uiteraard niet door het plebs gekozen, daar is dit college veel te deftig voor, maar komt via getrapte verkiezingen tot stand. Vier jaar lang hebben we slechts lege briefjes in te brengen en daarna is het een dag het feest der democratie en dan weer vier jaar lang de kop dicht houden. En als het je niet aanstaat ga je maar emigreren, het is tenslotte hun land en niet het onze!

En als u nu denkt dat je invloed kan uitoefenen door lid te worden van een politieke partij dan heeft u het helemaal mis. De politieke partij heeft afgedaan als instituut voor democratische besluitvorming en meningsvorming. De partij-elite bepaalt zelf wel wat goed is, wat het politieke programma wordt, hoe de kandidatenlijst voor de vertegenwoordigende organen wordt samengesteld en wat de volgorde daarvan is, wie de partijleider annex lijsttrekker wordt, wie minister, wethouder of gedeputeerde wordt, wie er burgermeester, commissaris van de koningim, topambtenaar, Kroonlid van de SER, lid wordt van een hoog college van Staat, et cetera. Het is ronduit beschamend en heeft niets, maar dan ook niets met democratie te maken.

Er zijn, en dat is gezien het bovenstaande heel begrijpelijk, nog geen 300.000 mensen lid van een politieke partij, op een stemgerechtigde bevolking van 9 miljoen mensen. Van die 300.000 doen er misschien 20.000 echt mee en dat is dan de vijver waaruit al het bestuurlijk talent voor dit land moet worden gevist. De kwaliteit is er dan ook naar.

Het is een volstrekt incestueus circuit geworden van een zichzelf benoemende en aanvullende politiek-bestuurlijke elite. Het ruikt er muf, nee stinkt er zo nu en dan ronduit. En ja, dat noemen wij dan ons Poldermodel, het besluitvormingscircuit van ons kent ons, van OSM (ons soort mensen), waarin het compromis niet wordt geboren in debat en meningsverschil, maar tot stand komt door ondoorzichtige uitruil en vaker nog door eenieder het zijn te laten denken van het bereikte compromis.

Pim Fortuyn – De puinhopen van acht jaar Paars (1995, 2002), zesde druk, p. 135-6

Reacties