James D. Watson – The Double Helix: A Personal Account of the Discovery of the Structure of DNA
London: Weidenfeld and Nicholson (1968)

In april 2003, werd een persbericht uitgegeven waarin werd mede gedeeld dat het Human Genome Project eindelijk was voltooid. Zo goed als het hele menselijke genoom was in kaart gebracht! Aan deze geweldige wetenschappelijke presentatie moest natuurlijk wel het een en ander vooraf gaan, zoals, bijvoorbeeld, de ontdekking van de structuur van het DNA. De speurtocht daarnaar, en de ontdekking ervan, beschrijft James D. Watson in een vlot leesbaar boek. Alhoewel het boek meer dan 220 pagina’s bevat, staan er maar weinig woorden op een pagina en is het boek doorspekt met foto’s, (tekeningen van -zij leefden decennia voordat de pc in elk huishouden te vinden was-) modellen en manuscripten.

Het avontuur speelt zich hoofdzakelijk in Engeland af, in de jaren 1951-1953, maar dat neemt niet weg dat er enkele plezier- en studiereisjes worden gemaakt naar Kopenhagen, Napels, Parijs e.a. Watson en Crick zijn twee moleculair biologen. Crick is al wat ouder en praat als een Neal Cassidy, en Watson is de jongste, veelal gepreoccupeerd met vrouwelijk schoon. Tijdens een niet al te interessante lezing beschrijft hij hoe hij na zit te denken over hoe de vrouw die de lezing geeft er uit zou zien zonder bril, met iets ander haar en leukere kleren. Wetenschappers zijn ook mensen, zo leert men tijdens de lezing van dit boek. Drank, vrouwen, reizen, geldproblemen, verveling, streven naar sociale prestige, arbeidsethiek, afgunst, strijd, beroepscodes, bedrog, niets menselijks is hen vreemd. Zo beschrijft Watson op een gegeven moment dat hij van de commissie die hem zijn beurs verstrekt bepaald onderzoek moet doen terwijl hij meer zin heeft in het ontrafelen van de geheimen van de DNA-structuur (de befaamde dubbele helix waar de titel naar verwijst). Dus pleit hij er bij een bevriende wetenschapper voor dat deze formeel zal doen alsof Watson bij hem met het bedoelde onderzoek bezig is, zodat Watson zich in een ander laboratorium met zijn eigen interessen bezig kan houden. Ook een mooi geval is de episode waar Watson informatie van iemand wil die hem constant links laat liggen. Als Watson’s ‘very pretty’ zus arriveert, die de interesse van de bewuste wetenschapper trekt, lijken de kansen gekeerd.

(…) and before I could corner Maurice again I realized that I might have had a tremendous stroke of luck. Maurice had noticed that my sister was very pretty, and soon they were eating lunch together. I was immensely pleased. For years I had sullenly watched Elizabeth being pursued by a series of dull nitwits. Suddenly the possibility opened up that her way of life could be changed. No longer did I have to face the certainty that she would end up with a mental defective. Furthermore, if Maurice really liked my sister, it was inevitable that I would become closely associated with his X-ray work on DNA.

Of sociologische/sociale factoren een rol spelen in de context of justification betwijfel ik, maar in de context of discovery zijn ze niet weg te denken!

Het boek is een mooie en vooral leuke en aansprekende beschrijving van het verhaal dat zich afspeelde voor en vlak na Watson en Crick’s ontdekking van de structuur van DNA, een ontdekking die tot de ontvangst van de Nobelprijs leidde. Ze waren echter niet alleen, want velen (die ook expliciet en uitgebreid genoemd worden) stimuleerden hen, falsifieerden, gaven commentaar, steun, informatie etc. Leuk is ook om te zien hoe er een verwoede strijd bestaat tussen de States en Engeland. Degenen die het werk van Watson en Crick superviseerden waren niet altijd onder de indruk van hun denk- en giswerk en stonden sceptisch tegenover hun kansen om een bijdrage te leveren cq. een ontdekking te doen. Als ze dan toch een paar leads weten te vinden, krijgen ze groen licht als blijkt dat een Amerikaan zich ook vervaarlijk dicht bij de oplossing in de buurt bevindt, en deze Amerikaan wéér een grote ontdekking te laten doen zou hun Engelse eer tarten.

Uiteindelijk ontdekken zij, zoals ondertussen bekend is, dat DNA uit twee tegen elkaar indraaiende strengen bestaat: “The two sugar-phosphate backbones twist about on the outside with the flat hydrogen-bonded base pairs forming the core. Seen this way, the structure resembles a spiral staircase with the base pairs forming the steps.” Het voordeel en biologische belang hiervan is dat het kopieermechanismen van het DNA zo niets aan de verbeelding over laat. Het is zo dat de vier basen (C, G, A en T) complementaire koppels vormen. T altijd met A, en G altijd met C. Als de twee strengen zich dus scheiden, is er steeds maar plaats voor één complementaire base. Er is nu een streng met precies de tegenovergestelde structuur. Als zich daaraan nu weer de daaraan tegenovergestelde structuur bindt, zijn we weer waar we begonnen zijn en is er een exacte kopie. De schaarse technische details en uitwijdingen zijn soms moeilijk maar altijd belonend, en doen niet af aan het leesplezier.

Ook opvallend zijn de esthetische overwegingen die meermaals worden aangehaald:

“(…) we had lunch, telling each other that a structure this pretty just had to exist.” (p. 205)

&

“(…) like almost everyone else, she saw the appeal of the base pairs and accepted the fact that the structure was too pretty not to be true.” (p. 210)

De structuur werd ontdekt dankzij denk- en giswerk en de complementariteit van Crick en Watson, waarbij de eerstgenoemde zich vooral met theorie en pen en papier behielp, en de laatstgenoemde vooral met modellen in de weer was. De interactie tussen die twee leidde uiteindelijk tot het bekroonde resultaat. Maar aangezien ze eerder een grove inschattingsfout hadden gemaakt met betrekking tot een ander idee, zijn ze nu voorzichtig, en laten eerst een aantal experts (waaronder de Amerikaanse concurrent) naar hun model kijken om hun instemming of kritiek te horen. Maar iedereen is enthousiast.

Ook het streng methodologische component van de zoektocht wordt niet verwaarloosd: “The next scientific step was to compare seriously the experimental X-ray data with the diffraction pattern predicted by our model.” En gelukkig blijkt alles te kloppen. Vervolgens stellen ze een paper voor het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift Nature op, dat na de nodige revisies wordt gepubliceerd, met alle gevolgen van dien (waaronder een officieel getint bezoekje aan Stockholm in december 1962).

Resumerend kan worden gesteld dat het vooral een erg leuk en opwindend boek is, een persoonlijk verhaal van iemand die er niet alleen ‘bij was’ maar het ook nog eens zelf heeft gedaan! Aanstekelijk schrijfwerk, wat ervoor zorgde dat ik, toen ik het uit had, een gevoel kreeg alsof ik binnenkort zelf naar Stockholm mocht om de kroon op mijn werk te ontvangen.

 

Reacties